In het achterwiel van de scooter zit een elektromotor met een maximaal vermogen van1{,}5 \mathrm{~kW}. De motor is elektronisch begrensd, waardoor de scooter maximaal25 \mathrm{~km} \mathrm{~h}^{-1}kan rijden.
Mees wil de maximum snelheid van scooter weten als deze onbegrensd zou zijn. Hij bepaalt de rol- en luchtweerstandskracht om deze snelheid te kunnen bepalen.
Voor het bepalen van de rolweerstandskracht voert Mees een experiment uit. Hij meet bij verschillende beginsnelhedenv_{0}de afstandsdie nodig is om tot stilstand te komen zonder de remmen te gebruiken. Hij voert de metingen uit op een vlakke, rechte, geasfalteerde weg. Omdat het die dag een beetje waait, besluit Mees de metingen ook uit te voeren in tegenovergestelde bewegingsrichting. Van zijn metingen heeft hij een tabel gemaakt (zie figuur 3).
figuur 3
v_{0}(\mathrm{~km} \mathrm{~h}^{-1}) | s_{\text {heen }}(\mathrm{m}) | s_{\text {terug }}(\mathrm{m}) | s_{\text {gem }}(\mathrm{m}) |
4 | 4,2 | 5,2 | 4,7 |
5 | 6,6 | 8,0 | 7,3 |
6 | 8,5 | 10,0 | 9,3 |
7 | 10,8 | 12,8 | 11,4 |
8 | 14,4 | 17,0 | 15,7 |
9 | 18,2 | 20,1 | 19,1 |