Vraag 20
Slaag gegarandeerd met ExamenBoost
  • Oefen examens van de afgelopen 5 jaar met extra uitleg door docenten bij examenvragen
  • Extra uitleg en oefenen voor elk onderwerp uit je examen
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
3 punten
Open vraag

Niels wil met zijn opstelling de snelheid van de bètadeeltjes bepalen. Hij neemt aan dat in deze situatie de zwaartekracht op de bètadeeltjes verwaarloosd mag worden. Verder neemt hij aan dat het magneetveld homogeen is en dat de bètadeeltjes dus een cirkelbeweging uitvoeren. Met behulp van formules uit het informatieboek leidt Niels de volgende formule af voor de snelheid$vvan een bètadeeltje:

v=\frac{B q r}{m}(1)

Hierin is:

B$\quad Bde sterkte van het magnetisch veld

$qde lading van het bètadeeltje

$rde straal van de cirkelbaan

$mde massa van het bètadeeltje


Wanneer de snelheid van een deeltje groter is dan$10 \%van de lichtsnelheid, moet er rekening gehouden worden met zogenaamde relativistische effecten.

Het magnetisch veld tussen de polen is$0{,}1 \mathrm{~T}. Niels bepaalt de gemiddelde straal van de cirkelbaan van de bètadeeltjes die op de GM-sensor vallen en vindt0{,}20~\text{m}0{,}20~0{,}20~0{,}20~0{,}20~0{,}20~0{,}20~0{,}20~0{,}20~0{,}20~0{,}20~0{,}20~$0{,}20 \mathrm{~m}.

Leg uit of er in deze situatie rekening gehouden moet worden met relativistische effecten. Bereken daartoe eerst de snelheid van de bètadeeltjes volgens de methode van Niels.

Op deze pagina behandelen we vraag 20 van het centraal examen natuurkunde vwo 2022 tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Om het hoekje, en is 3 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden