Een zonnepaneel bestaat uit een aantal zonnecellen die in serie geschakeld zijn. Zonnepanelen kunnen weer in een grotere schakeling opgenomen worden en bijvoorbeeld op een dak geplaatst worden. Zie figuur 1.

Femke en Lotta onderzoeken hoe het vermogen dat een zonnecel levert, afhangt van de grootte van de weerstand die erop is aangesloten. Ze leggen één zonnecel in de zon. Op de zonnecel schijnt de zon met een constante intensiteit. Ze sluiten een variabele weerstand op de zonnecel aan en meten dan de stroom door en de spanning over de zonnecel. Zie figuur 2.

Ze berekenen het vermogen dat de zonnecel levert en zetten hun resultaten in een grafiek, zie figuur 3.

Bij een spanning van0{,}50~\text{V}0{,}50~0{,}50~0{,}50~0{,}50~0{,}50~0{,}50~0{,}50~0{,}50~0{,}50~$0{,}50 \mathrm{~V}is het vermogen dat de zonnecel levert maximaal. De stroomsterkte is dan2{,}7~\text{A}2{,}7~2{,}7~2{,}7~2{,}7~2{,}7~2{,}7~2{,}7~2{,}7~2{,}7~$2{,}7 \mathrm{~A}.

