In de nuclidetherapie worden tumoren van binnen in het lichaam bestraald met behulp van instabiele atoomkernen. Deze atoomkernen kunnen alfa- of bètastralers zijn. Door de instabiele atoomkernen te koppelen aan een zogenaamde dragerstof, een stof die zich specifiek aan de tumor kan hechten, kan een heel gerichte bestraling worden bereikt. Zie figuur 1. Bij het afremmen van de alfa- of bètadeeltjes tijdens hun weg door het tumorweefsel, komt energie vrij. Wanneer deze energie plaatselijk groot genoeg is, zal dat leiden tot het afsterven van tumorcellen.

De hoeveelheid energie die een ioniserend deeltje per eenheid van weglengte afgeeft aan de omringende materie wordt deLET\text{-waarde}LET\text{-waarde }LETLETLETLETLETLETLETLETLET$L E Tgenoemd. LET staat voor 'lineaire energie-overdracht' en is gedefinieerd volgens:
L E T \text {-waarde }=-\frac{\mathrm{d} E}{\mathrm{~d} x}(1)
Hierin is:
•$Ede energie in keV
•$xde weglengte in\mu\text{m}\mu\mu\mu\mu\mu\mu\mu\mu\mu$\mu \mathrm{m}
