Oefen examens van de afgelopen 5 jaar met extra uitleg door docenten bij examenvragen
Extra uitleg en oefenen voor elk onderwerp uit je examen
Stel vragen en krijg direct antwoord
Bestand aan het laden...
Kosmische achtergrondstraling is de straling die in het jonge heelal als warmtestraling ontstond. De meest gedetailleerde kaart van de kosmische achtergrondstraling laat intensiteitsverschillen van slechts0{,}001\%zien (zie figuur 1). De beelden konden verzameld worden dankzij de Planck-satelliet van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. De kosmische achtergrondstraling wordt nu waargenomen als microgolfstraling.
figuur 1
3 punten
Open vraag
De Planck-satelliet draait rondjes om de zon. Hij heeft zijn metingen verricht vanuit een speciaal punt in de ruimte: het Lagrangepunt$\mathrm{L}_{2}. Het Lagrangepunt$\mathrm{L}_{2}ligt in het verlengde van de verbindingslijn van de zon naar de aarde en in dit punt is de omlooptijd van de satelliet gelijk aan die van de aarde. Zie figuur 2.
figuur 2
Thijs voert een modelstudie uit om te bepalen op welke afstand van de aarde het Lagrangepunt$\mathrm{L}_{2}zich bevindt. In zijn model is dex\text{-as}xxxxxxxxxx$xde verbindingslijn van de zon naar de aarde. Thijs beperkt zich in zijn onderzoek tot het gebied op dex\text{-as}$xwaarvoor geldt dat de afstand$|x|tot het middelpunt van de aarde kleiner is dan2{,}0\cdot10^9~\text{m}2{,}0\cdot10^9~2{,}0\cdot10^9~2{,}0\cdot10^9~2{,}0\cdot10^9~2{,}0\cdot10^9~2{,}0\cdot10^9~2{,}0\cdot10^9~2{,}0\cdot10^9~2{,}0\cdot10^9~$2{,}0 \cdot 10^{9} \mathrm{~m}en groter dan of gelijk aan de straal van de aarde. Zie figuur 3. Deze figuur is niet op schaal. In zijn model definieert Thijs de richting naar rechts in de figuur als positief. Hoewel het Lagrangepunt$\mathrm{L}_{2}rechts van de aarde ligt, bekijkt Thijs dus ook wat er gebeurt bij negatieve waarden van$x.
figuur 3
Thijs berekent met zijn model hoe de gravitatieversnelling ten gevolge van de zon,$a_{\mathrm{g}, \text { zon }}, en die ten gevolge van de aarde,$a_{\mathrm{g} \text {, aarde }}, afhangen van$x(zie figuur 4).
figuur 4
Thijs heeft ervoor gezorgd dat zijn model zo goed mogelijk aan de werkelijkheid voldoet.
Om te bepalen op welke afstand van de aarde het Lagrangepunt$\mathrm{L}_{2}zich bevindt, berekent Thijs met zijn model bij verschillende waarden van$xde omlooptijd$Tom de zon van een voorwerp dat zich bevindt op de verbindingslijn van de zon naar de aarde. Hij beperkt zich tot alleen de positieve waarden van$x. Zijn resultaten zijn weergegeven in figuur 6. Figuur 6 staat ook op de uitwerkbijlage.
figuur 6
is de berekende omlooptijd als alleen de zon aanwezig zou zijn.
$T_{\text {zon }+ \text { aarde }}is de berekende omlooptijd als er rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van zowel de zon als de aarde.
Bepaal met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage de afstand van het Lagrangepunt$\mathrm{L}_{2}tot het midden van de aarde.
Beoordeling
uitkomst:x=1{,}50\cdot10^9~\text{m}x=1{,}5\cdot10^9~\text{m}x=1{,}5\cdot10^9~x=1{,}5\cdot10^9~x=1{,}5\cdot10^9~x=1{,}5\cdot10^9~x=1{,}5\cdot10^9~x=1{,}5\cdot10^9~x=1{,}5\cdot10^9~x=1{,}5\cdot10^9~x=1{,}5\cdot10^9~$x=1{,}5 \cdot 10^{9} \mathrm{~m}(met een marge van0{,}1\cdot10^9~\text{m}0{,}1\cdot10^9~0{,}1\cdot10^9~0{,}1\cdot10^9~0{,}1\cdot10^9~0{,}1\cdot10^9~0{,}1\cdot10^9~0{,}1\cdot10^9~0{,}1\cdot10^9~0{,}1\cdot10^9~$0{,}1 \cdot 10^{9} \mathrm{~m})
voorbeeld van een bepaling:
De omlooptijd van de aarde om de zon is te bepalen door de grafieklijn$T_{\text {zon }}af te lezen bijx=0\,(T=3{,}16\cdot10^7~\text{s})x=0\,(T=3{,}16\cdot10^7~)x=0\,(T=3{,}16\cdot10^7~)x=0\,(T=3{,}16\cdot10^7~)x=0\,(T=3{,}16\cdot10^7~)x=0\,(T=3{,}16\cdot10^7~)x=0\,(T=3{,}16\cdot10^7~)x=0\,(T=3{,}16\cdot10^7~)x=0\,(T=3{,}16\cdot10^7~)x=0\,(T=3{,}16\cdot10^7~)x=0\,(T=3{,}16\cdot10^7~s)x=0(T=3{,}16\cdot10^7~s)x=0(T=3{,}16\cdot10^7~s)$x=0(T=3{,}16 \cdot 10^{7} \mathrm{~s}). De omlooptijd in het Lagrangepunt$\mathrm{L}_{2}is gelijk aan de omlooptijd van de aarde. In het Lagrangepunt$\mathrm{L}_{2}wordt de omlooptijd bepaald door het gravitatieveld van aarde plus zon. Opx=1{,}5\cdot10^9~\text{m}x=1{,}5\cdot10^9~x=1{,}5\cdot10^9~x=1{,}5\cdot10^9~x=1{,}5\cdot10^9~x=1{,}5\cdot10^9~x=1{,}5\cdot10^9~x=1{,}5\cdot10^9~x=1{,}5\cdot10^9~x=1{,}5\cdot10^9~$x=1{,}5 \cdot 10^{9} \mathrm{~m}is de omlooptijd van een satelliet gelijk aan die van de aarde.
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
Opmerking
Als de kandidaat voor de omlooptijd van de aarde om de zon een waarde gebaseerd op 365 dagen of een waarde uit een tabellenboek gebruikt, dit niet aanrekenen.
Op deze pagina behandelen we vraag 6 van het centraal examen natuurkunde vwo 2021 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Planck, en is 3 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
Oude antwoorden terugzien
Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden