Vraag 3
Slaag gegarandeerd met ExamenBoost
  • Oefen examens van de afgelopen 5 jaar met extra uitleg door docenten bij examenvragen
  • Extra uitleg en oefenen voor elk onderwerp uit je examen
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
3 punten
Open vraag

De Planck-satelliet draait rondjes om de zon. Hij heeft zijn metingen verricht vanuit een speciaal punt in de ruimte: het Lagrangepunt$\mathrm{L}_{2}. Het Lagrangepunt$\mathrm{L}_{2}ligt in het verlengde van de verbindingslijn van de zon naar de aarde en in dit punt is de omlooptijd van de satelliet gelijk aan die van de aarde. Zie figuur 2.

figuur 2
figuur 2

Thijs voert een modelstudie uit om te bepalen op welke afstand van de aarde het Lagrangepunt$\mathrm{L}_{2}zich bevindt. In zijn model is dex\text{-as}xxxxxxxxxx$xde verbindingslijn van de zon naar de aarde. Thijs beperkt zich in zijn onderzoek tot het gebied op dex\text{-as}$xwaarvoor geldt dat de afstand$|x|tot het middelpunt van de aarde kleiner is dan2{,}0\cdot10^9~\text{m}2{,}0\cdot10^9~2{,}0\cdot10^9~2{,}0\cdot10^9~2{,}0\cdot10^9~2{,}0\cdot10^9~2{,}0\cdot10^9~2{,}0\cdot10^9~2{,}0\cdot10^9~2{,}0\cdot10^9~$2{,}0 \cdot 10^{9} \mathrm{~m}en groter dan of gelijk aan de straal van de aarde. Zie figuur 3. Deze figuur is niet op schaal. In zijn model definieert Thijs de richting naar rechts in de figuur als positief. Hoewel het Lagrangepunt$\mathrm{L}_{2}rechts van de aarde ligt, bekijkt Thijs dus ook wat er gebeurt bij negatieve waarden van$x.

figuur 3
figuur 3

Thijs berekent met zijn model hoe de gravitatieversnelling ten gevolge van de zon,$a_{\mathrm{g}, \text { zon }}, en die ten gevolge van de aarde,$a_{\mathrm{g} \text {, aarde }}, afhangen van$x(zie figuur 4).

figuur 4
figuur 4

Thijs heeft ervoor gezorgd dat zijn model zo goed mogelijk aan de werkelijkheid voldoet.


Van de modelwaarden van$a_{\mathrm{g} \text {, zon }}en$a_{\mathrm{g} \text {, aarde }}zijn in figuur 4 alleen de grafieklijnen bij negatieve waarden van$xweergegeven. In figuur 5 zijn vier mogelijkheden gegeven van hoe de gehele grafiek, tot$x=2{,}0 \cdot 10^{9} \mathrm{~m}, kan lopen.

Leg uit welke van de vier grafieken (I, II, III of IV) de situatie juist weergeeft.

figuur 5
figuur 5

Op deze pagina behandelen we vraag 3 van het centraal examen natuurkunde vwo 2021 tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Planck, en is 3 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden