Voor de maximale wrijvingskracht geldt:
F_{\mathrm{w}}=\mu_{\mathrm{s}} \cdot F_{\mathrm{n}}(1)
Hierin is:
•$F_{\mathrm{w}}de maximale wrijvingskracht
•$\mu_{\mathrm{s}}de wrijvingscoëfficiënt, een materiaalafhankelijke grootheid
•$F_{\mathrm{n}}de normaalkracht
Isha bedekt het plateau van de draaitafel achtereenvolgens met verschillende materialen. Ze meet steeds bij een omlooptijd van$1{,}3 \mathrm{~s}de straal waarbij het stalen schijfje nog net in zijn cirkelbaan blijft. Met het meetresultaat berekent ze de wrijvingscoëfficiënt. Ze vergelijkt haar meetresultaten met de wrijvingscoëfficiënten in tabel 1 .
tabel 1
materiaal schijfje | materiaal op plateau | wrijvingscoëfficiënt |
staal | rubber | 1,2 |
staal | staal | 0,7 |
staal | hout | 0,5 |
staal | messing | 0,3 |
Ze gebruikt een schijfje met een massa van 3,9 gram. Bij één van de materialen blijft het schijfje op een straal van$13 \cdot 10^{-2} \mathrm{~m}nog net liggen.