voorbeeld van een antwoord:
methode 1
De brommer gebruikt1,5\mathrm{~}literbenzine. Dit levert een chemische energie van$E_{\text {ch }}=r_{V} V=33 \cdot 10^{9} \cdot 1{,}5 \cdot 10^{-3}=4{,}95 \cdot 10^{7} \mathrm{~J}.
De verbrandingsmotor kan dan een nuttige energie leveren van
E_{\text {nuttig }}=\eta E_{\text {in }}=\frac{18}{100} \cdot 4,95 \cdot 10^{7}=8,91 \cdot 10^{6} \mathrm{~J} .
Om een boom te beklimmen is een energie nodig van
$E_{z}=m g h=104 \cdot 9{,}81 \cdot 30=3{,}06 \cdot 10^{4} \mathrm{~J}.
Met de brommer kunnen dan$\frac{8{,}91 \cdot 10^{6}}{3{,}06 \cdot 10^{4}}=2{,}9 \cdot 10^{2}bomen worden beklommen. Dat is meer dan de bewering van de uitvinder, dus de bewering kan kloppen.
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
of
methode 2
De brommer gebruikt1,5\mathrm{~}Lbenzine. Dit levert een chemische energie van$E_{\text {ch }}=r_{V} V=33 \cdot 10^{9} \cdot 1{,}5 \cdot 10^{-3}=4{,}95 \cdot 10^{7} \mathrm{~J}.
Om alle bomen te beklimmen is een totale energie nodig van
E_{z}=m g h=104 \cdot 9,81 \cdot(135 \cdot 30)=4,13 \cdot 10^{6} \mathrm{~J} .
Het rendement dat hier uit volgt is gelijk aan
$\eta=\frac{E_{\text {nuttig }}}{E_{\text {in }}} \cdot 100=\frac{E_{\mathrm{z}}}{E_{\text {ch }}} \cdot 100=\frac{4{,}13 \cdot 10^{6}}{4{,}95 \cdot 10^{7}} \cdot 100=8{,}3 \%. Dit rendement is lager dan het rendement van de benzinemotor, dus de bewering van de uitvinder kan kloppen.
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt: