- Condenseren
- De overgang van de gasfase naar de vloeibare fase.
- Fase
- De manier waarop moleculen bewegen en op welke plek ze zitten, bepaalt de fase van een stof.
- Fase overgang
- De overgang van een stof van de ene fase naar de andere, veroorzaakt door extreme temperatuurverandering.
- Gasfase
- Moleculen bewegen heel veel, hebben veel ruimte nodig en bewegen helemaal vrij.
- Krimpen
- Stoffen krijgen minder energie, moleculen gaan minder bewegen en hebben minder ruimte nodig, waardoor het materiaal kleiner wordt.
- Moleculen
- Hele kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan en die altijd bewegen.
- Rijpen
- De overgang van de gasfase naar de vaste fase.
- Smelten
- De overgang van de vaste fase naar de vloeibare fase.
- Stollen
- De overgang van de vloeibare fase naar de vaste fase (natuurkundige term).
- Sublimeren
- De overgang van de vaste fase naar de gasfase.
- Uitzetten
- Stoffen krijgen meer energie, moleculen gaan meer bewegen en hebben meer ruimte nodig, waardoor het materiaal groter wordt.
- Vaste fase
- Moleculen zitten op een vaste plek, trillen en bewegen een klein beetje.
- Verdampen
- De overgang van de vloeibare fase naar de gasfase.
- Vloeibare fase
- Moleculen bewegen iets meer en hebben iets meer ruimte nodig, maar blijven rondom dezelfde plek.