Noem drie milieuvervuilende stoffen en leg uit waar deze vandaan komen.
Leerdoelen
•Je kunt ten minste drie verschillende milieuvervuilende stoffen noemen en hun bronnen identificeren.
•Je kunt uitleggen wat de belangrijkste gevolgen zijn van milieuvervuiling, zoals zure regen, het versterkte broeikaseffect en het gat in de ozonlaag.
•Je kunt ten minste twee verschillende maatregelen beschrijven die genomen kunnen worden om milieuvervuiling tegen te gaan, inclusief de voor- en nadelen van biobrandstof.
Oorzaken milieuvervuiling
Vervuiling door verbranding
Een belangrijke oorzaak van milieuvervuiling is het verbranden van stoffen. Dit gebeurt bijvoorbeeld in fabrieken, energiecentrales die elektriciteit opwekken, en in de motoren van auto's. Hierbij komen schadelijke gassen vrij:
•Stikstofverbindingen: gassen die ontstaan bij hoge temperaturen, bijvoorbeeld in de verbrandingsmotor van een auto. Er zijn verschillende vormen van deze verbindingen, vandaar de 'x' achter.
•Zwaveldioxide: komt vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen zoals steenkool en aardolie, vooral als deze zwavel bevatten.
•Koolstofdioxide: gas dat vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen, maar ook bij de verbranding van hout of andere organische materialen. Het is een van de belangrijkste oorzaken van de opwarming van de aarde.
Gevolgen van deze verbrandingsproducten in de lucht:
•Zure regen: de stikstof- en zwavelverbindingen die in de lucht komen, reageren daar met waterdamp en zuurstof. Zo ontstaan er kleine druppeltjes zwavelzuur en salpeterzuur, die met regen neerslaan. Dit noemen we zure regen. Als zure regen vaak op de bodem valt, verandert de zuurgraad van de bodem (de pH daalt). De bodem wordt dan steeds zuurder. Hierdoor kunnen bepaalde planten minder goed groeien en kunnen sommige planten- en diersoorten zelfs helemaal verdwijnen. Dit zorgt voor minder verschillende soorten in de natuur (minder diversiteit).
•Versterkt broeikaseffect: koolstofdioxideis een broeikasgas. Dat betekent dat het, net als een deken, warmte in de atmosfeer vasthoudt. Een natuurlijk broeikaseffect is nodig om de aarde leefbaar te houden, anders zou het hier veel te koud zijn. Maar doordat wij steeds meeruitstoten, wordt er te veel warmte vastgehouden. Dit noemen we het versterkte broeikaseffect, en het zorgt ervoor dat het steeds warmer wordt op aarde. Dit heeft gevolgen voor het klimaat wereldwijd.
Vervuiling door veeteelt
Ook de veeteelt, het houden van dieren voor vlees, melk of eieren, zorgt voor milieuvervuiling. Het probleem zit vooral in de mest van de dieren.
•Ammoniak: gas dat vrijkomt uit mest, vooral wanneer mest op het land wordt verspreid. Eenmaal in de lucht kan ammoniak neerslaan op andere plekken en zo in de bodem terechtkomen.
•Bodemvervuiling: wanneer ammoniak in de bodem terechtkomt, kan het de samenstelling van de bodem veranderen. Dit leidt tot een verstoring van het natuurlijke evenwicht, waardoor er minder planten kunnen groeien en de diversiteit van planten en dieren in dat gebied afneemt.
Vervuiling door productie
Bij de productie van allerlei spullen kwamen vroeger ook schadelijke stoffen vrij:
•CFK's (chloorfluorkoolwaterstoffen): Dit zijn chemische stoffen die vroeger veel werden gebruikt in bijvoorbeeld spuitbussen, koelkasten en airconditioningsystemen.
•Gat in de ozonlaag: de ozonlaag is een dunne laag ozongas in de atmosfeer, hoog boven de aarde. Deze laag is heel belangrijk, want hij beschermt ons tegen de schadelijke ultraviolette (UV) straling van de zon. CFK's bleken deze ozonlaag af te breken, waardoor er een 'gat' in de ozonlaag ontstond, met name boven de poolgebieden. Door dit gat bereikt meer UV-straling het aardoppervlak. Meer uv-straling is schadelijk voor mensen (het verhoogt de kans op huidkanker en staar) en planten. Het draagt ook bij aan de opwarming van de aarde. Daarom zijn CFK's wereldwijd verboden om te gebruiken.
Mogelijke oplossingen
Biobrandstof
Een mogelijke oplossing voor het verminderen vanis het gebruik van biobrandstof. Biobrandstof wordt gemaakt van biologisch materiaal, zoals planten, algen of dierlijk vet.
•Voordeel: wanneer je biobrandstof verbrandt, komt ervrij. Maar de planten waarvan de biobrandstof gemaakt is, hebben tijdens hun groei diezelfde hoeveelheiduit de lucht opgenomen. Het idee is dat dehierdoor per saldo neutraal is. Vaak zouden deze biostoffen (zoals afval uit de landbouw) anders op een andere manier verbrand of verwerkt worden, dus als brandstof benutten is 'winst' voor het milieu.
•Nadeel: ontbossing en fijnstof. Om veel biobrandstof te produceren, zijn er veel planten nodig. Soms worden er extra bossen gekapt om land vrij te maken voor het verbouwen van gewassen voor biobrandstof. Dit proces van het kappen van bossen noemen we ontbossing. Wanneer bossen gekapt worden, verdwijnen er planten dieuit de lucht halen, wat juist weer bijdraagt aan meerin de atmosfeer. Het verbranden van sommige soorten biobrandstof kan ook zorgen voor meer fijnstof in de lucht. Fijnstof bestaat uit kleine deeltjes die diep in de longen kunnen doordringen en schadelijk zijn voor de luchtkwaliteit en onze gezondheid.
Het palmolieprobleem
Een specifiek voorbeeld van een biobrandstof die niet zo'n goed idee is, is die gemaakt van palmolie. Palmolie wordt gebruikt in veel producten, van shampoo tot koekjes, maar ook steeds vaker als biobrandstof.
In tropische gebieden, zoals op het eiland Borneo in Zuidoost-Azië, worden grote stukken regenwoud gekapt om ruimte te maken voor plantages met palmbomen, de bomen waaruit palmolie wordt gewonnen.

Door deze ontbossing verdwijnen de bomen die normaal gesprokenopnemen. Dit betekent dat er minderuit de lucht wordt gehaald. Tegelijkertijd komt er bij het verbranden van de palmolie als biobrandstof ookvrij. Hierdoor is deniet minder, maar juist twee keer zo hoog. Palmolie is dus geen goed alternatief voor fossiele brandstoffen als we het milieu willen helpen.
Algemene maatregelen
Naast het nadenken over slimme brandstoffen is de meest directe maatregel om minder uit te stoten in het algemeen. Dit kan op verschillende manieren:
•Minder energie verbruiken: denk aan korter douchen, de verwarming lager zetten of apparaten uitzetten die je niet gebruikt.
•Schonere energiebronnen gebruiken: bijvoorbeeld zonne-energie of windenergie, in plaats van energie opgewekt uit fossiele brandstoffen.
•Minder afval produceren: minder kopen, spullen repareren in plaats van weggooien, en afval scheiden zodat het gerecycled kan worden.
•Anders produceren: bedrijven kunnen schadelijke stoffen vervangen door minder vervuilende alternatieven en hun productieprocessen efficiënter maken.













