Leerdoelen:
•Je kunt uitleggen hoe bezinken werkt.
•Je kunt benoemen welke onderdelen je nodig hebt voor filtreren.
•Je kunt uitleggen hoe filtreren werkt.
Wat is een scheidingsmethode?
Als je een mengsel hebt van verschillende stoffen, kun je deze uit elkaar halen door een scheidingsmethode. Een scheidingsmethode is een manier om een mengsel te scheiden. Je scheidt de verschillende moleculen van elkaar. Dit scheiden doe je vaak op basis van verschillende stofeigenschappen, zoals de deeltjesgrootte of de dichtheid. Er zijn verschillende scheidingsmethodes die je moet kennen, zoals bezinken, filtreren, indampen, destilleren, extraheren en adsorberen. In deze samenvatting bespreken we bezinken en filtreren.
Bezinken
Bezinken is de allersimpelste scheidingsmethode. Deze methode werkt alleen als je een heterogeen mengsel hebt, en dan specifiek een suspensie. Een suspensie is een mengsel van een vaste stof in een vloeistof dat niet goed gemengd is, of gemakkelijk weer ontmengt. We scheiden bij bezinken op basis van deeltjesgrootte of dichtheid. Dit komt vaak op hetzelfde neer: deeltjes met een hogere dichtheid zijn meestal ook grotere deeltjes.
Hoe werkt bezinken?
1.Je hebt een suspensie, met vaste deeltjes die in een vloeistof zweven.
2.Als je lang genoeg wacht, dan zakken de grote deeltjes, of de deeltjes met een hogere dichtheid, vanzelf naar de bodem. Dit gebeurt door de zwaartekracht.
3.Als de vaste stof naar de bodem is gezakt, kun je de vloeistof die erboven drijft voorzichtig afschenken.
4. Op die manier houd je de vaste stof apart en kun je de vloeistof eventueel opvangen in een ander bakje. Zo heb je de vaste deeltjes gescheiden van de vloeibare deeltjes.

Filtreren
Filtreren is ook een scheidingsmethode die werkt op basis van deeltjesgrootte en wordt ook gebruikt bij een heterogeen mengsel, specifiek een suspensie. Hierbij scheid je dus ook een vaste stof van een vloeistof.
Wat heb je nodig voor filtreren?
•Een trechter: hierin plaats je het filterpapier.
•Filterpapier: dit is het eigenlijke filter. Het heeft hele kleine gaatjes waar de vloeistof wel doorheen kan, maar de vaste deeltjes niet.
•Een opvangbak of een bekerglas: om de vloeistof die door het filter gaat, in op te vangen.

Hoe werkt filtreren?
Laten we een voorbeeld nemen: een mengsel van water en zand. Zand bestaat uit deeltjes die groter zijn dan watermoleculen. Als je dit mengsel door een filter giet, gebeurt het volgende:
1.Het mengsel van zand en water komt in het filterpapier.
2.De zanddeeltjes zijn te groot om door de kleine gaatjes van het filterpapier te gaan. Ze blijven daarom achter in het filter. Dit restant, de vaste stof die achterblijft in het filter, noemen we het residu.
3.Het water is een vloeistof en kan wel door de gaatjes van het filterpapier heen. Het water druppelt door het filter en wordt opgevangen in de opvangbak. Deze vloeistof die door het filter is gegaan, noemen we het filtraat.
Een bekend voorbeeld van filtreren is koffiezetten. Als je koffie zet, blijft de koffiedrab (de vaste restjes van de koffiebonen) achter in het koffiefilter. Dat is het residu. De koffie die je drinkt, is het filtraat.















