1 Universeel-indicator-papier wordt geleverd met een
2 kleurencirkel. Bij elke kleur hoort een andere pH-waarde.
3 Door een druppel vloeistof op het indicator-papier te
4 brengen, krijgt het papier een bepaalde kleur. Door deze
5 kleur te vergelijken met de kleuren van de kleurencirkel
6 wordt de pH van de vloeistof bepaald.

7 Charlotte wil een kleurencirkel bij rodekoolsap maken.
8 Rodekoolsap (kookvocht van rodekool) heeft bij verschillende pH-waarden
9 een andere kleur. Ze kookt daarom gesneden rodekool in water totdat de
10 kleur van het kookvocht niet meer verandert. Daarna scheidt ze het
11 gevormde rodekoolsap met behulp van een zeef. Het paarsblauwe
12 rodekoolsap vangt ze op in een erlenmeyer. Vervolgens maakt ze een
13 reeks oplossingen van$\mathrm{pH}=1tot en met$\mathrm{pH}=14. Aan elke oplossing voegt
14 ze een klein beetje rodekoolsap toe en ze bekijkt de kleur van het
15 mengsel.
