1 Een airbag beschermt een inzittende van een auto bij
2 een botsing. Bij een botsing treedt een mechanisme in
3 werking waardoor een ontleding van een vaste stof
4 plaatsvindt en de airbag zich opblaast. Bij de ontleding
5 vindt gasvorming plaats en komt warmte vrij. In airbags
6 wordt bijvoorbeeld natriumazide$(\mathrm{NaN}_{3})of
7 guanidinenitraat$(\mathrm{CH}_{6} \mathrm{~N}_{4} \mathrm{O}_{3})gebruikt. Beide stoffen
8 vormen bij ontleding onder meer stikstofgas$(\mathrm{N}_{2}).

