1.Een kaars bestaat uit een lont en 'kaarsvet'. Het kaarsvet bestaat uit een
2.mengsel van paraffine, palmitinezuuren stearinezuur
3.. Bij een aangestoken kaars smelt het kaarsvet in de buurt van
4.de lont door de warmte van de vlam. Het vloeibare kaarsvet stijgt in de
5.lont omhoog en wordt bij de vlam sterk verhit. Hierbij ontstaan gassen die
6.vervolgens verbranden.

