Tijdens een open dag staan in het scheikundelokaal drie bekerglazen klaar. Elk bekerglas bevat een oplossing van een andere stof: fenolftaleïen, lood(II)nitraat of koper(II)sulfaat. Okke mag aan elk van de bekerglazen een kleurloze oplossing van ammoniak toevoegen, waardoor steeds een kleurverandering plaatsvindt. In de tabel hieronder is weergegeven welke kleur ontstaat.
bekerglas | inhoud:
water met … | voor toevoegen van ammoniakoplossing | na toevoegen van ammoniakolossing |
|---|---|---|---|
1 | fenolftaleïen | kleurloos en helder | lichtpaars en helder |
2 | lood(II)nitraat | kleurloos en helder | wit en troebel |
3 | koper(II)sulfaat | lichtblauw en helder | donkerblauw en helder |

