Wat is een suspensie?
Leerdoelen
•Je kunt het verschil uitleggen tussen zuivere stoffen en mengsels.
•Je kunt voorbeelden noemen van zuivere stoffen en mengsels.
•Je kunt uitleggen wat concentratie is bij mengsels.
•Je kunt uitleggen wat een oplossing is en deze herkennen.
•Je kunt uitleggen wat een suspensie is en deze herkennen.
•Je kunt verschillende oplossingen en suspensies herkennen.
Wat zijn moleculen?
Als je heel ver zou inzoomen op een glas water, dan zie je dat het bestaat uit allerlei kleine deeltjes: de watermoleculen. Deze moleculen zijn de bouwstenen van alle stoffen om ons heen. Je kunt nog verder inzoomen en dan zie je dat moleculen zelf weer bestaan uit kleinere deeltjes, genaamd atomen.
Zuivere stoffen en mengsels
We maken een onderscheid tussen twee soorten stoffen: zuivere stoffen en mengsels.
Zuivere stoffen bestaan uit allemaal dezelfde soort moleculen. Denk bijvoorbeeld aan zuiver water. Elk deeltje in dat glas water is een watermolecuul. Er zitten geen andere moleculen tussen.
Een mengsel krijg je als je verschillende soorten moleculen bij elkaar doet. Stel je voor, je doet een beetje zout of suiker in je glas zuiver water. Dan heb je ineens twee verschillende soorten moleculen in je glas: watermoleculen en zout- of suikermoleculen. Dit is dan geen zuivere stof meer, maar een mengsel.
Reken met concentratie
Bij mengsels kunnen we iets meten wat we concentratie noemen. De concentratie van een stof in een mengsel vertelt ons hoeveel er van die stof in het mengsel zit. De officiële eenheid voor concentratie is gram per liter. Dit geeft aan hoeveel gram van een bepaalde stof er in één liter vloeistof zit. Je kunt dit afkorten als g/l. De 'g' staat voor gram, de 'l' voor liter en de '/' betekent 'per'.
Rekenvoorbeeld concentratie
Stel, je hebt een fles water en op het etiket staat dat er 104 gram calcium per liter in zit. Dit betekent dat de concentratie van calcium in die fles 104 g/l is. In elke liter water in die fles zit dus 104 gram calcium.
Maar wat als je flesje maar een halve liter is? Dan zit er ook maar de helft van de calcium in, dus104\cdot0{,}5=52\text{ gram}104\cdot0{,}=52\text{ gram}104\cdot0=52\text{ gram}104\cdot=52\text{ gram}104=52\text{ gram}\frac{104}{}=52\text{ gram}\frac{104}{2}=52\text{ gram}\frac{104}{2}=52\frac{104}{2}=52\frac{104}{2}=52\frac{104}{2}=52\frac{104}{2}=52\frac{104}{2}=52\frac{104}{2}=52\frac{104}{2}=52\frac{104}{2}=52\frac{104}{2}=52\frac{104}{2}=52\frac{104}{2}=52gram\frac{104}{\placeholder{}}=52gram104=52gram10=52gram1=52gram
Dus, in een flesje van een halve liter (0,5 liter) zit 52 gram opgelost calcium.
Twee soorten mengsels
Er zijn verschillende soorten mengsels. Twee belangrijke soorten zijn oplossingen en suspensies.
Oplossing
Een oplossing ontstaat als je een vaste stof in een vloeistof doet, en die vaste stof lijkt te verdwijnen. De vloeistof noemen we dan een oplosmiddel. De moleculen van de vaste stof mengen zich zo goed met de vloeistofmoleculen dat je een helder mengsel krijgt. Je kunt de opgeloste stof niet meer zien. De stoffen blijven perfect gemengd en zakken niet uit na verloop van tijd. Een voorbeeld is suiker in water. De suiker (vaste stof) lost op in het water (oplosmiddel) en je krijgt een helder mengsel van suikerwater.
Suspensie
Een suspensie is ook een mengsel van een vaste stof en een vloeistof, maar hierin lost de vaste stof niet op. Als je het mengsel roert, lijkt het even goed gemengd, maar na een tijdje zullen de vaste deeltjes weer naar de bodem zakken. Dit komt doordat de vaste deeltjes groter en zwaarder zijn dan de moleculen van de vloeistof. Een suspensie is altijd een troebel mengsel; je blijft de deeltjes van de vaste stof zien in de vloeistof. Denk aan verf. Verf bestaat uit pigment (de vaste stof die de kleur geeft) en een bindmiddel (de vloeistof). Als je verf roert, krijg je een troebel mengsel. Maar als je de verf even laat staan, zakt het pigment naar de bodem. Daarom zit er vaak een roerstaafje bij een pot verf.













