Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat kristallijne stoffen zijn.
•Je kunt uitleggen wat een kristalrooster is.
•Je kunt de begrippen cohesie en adhesie herkennen en benoemen.
Kristallijne stoffen en kristallen
Kristallijne stoffen zijn materialen die bestaan uit kristallen. Een kristal is een stof waarvan de moleculen op een heel vaste en geordende manier zijn gerangschikt. Denk bijvoorbeeld aan sneeuwvlokjes.

De kristalstructuur: het kristalrooster
Die speciale structuur van een kristal noemen we een kristalrooster. Dit rooster kun je zien als een soort onzichtbaar rek waarin alle moleculen van de stof precies op hun eigen, vaste plek zitten. Ze mogen niet zomaar ergens anders heen en vormen zo samen een strak georganiseerd patroon.

Hoe moleculen met elkaar omgaan: cohesie en adhesie
Moleculen zijn de kleine deeltjes waaruit alles om ons heen is opgebouwd. Ze zijn altijd in beweging en trekken elkaar aan of stoten elkaar af. Er zijn twee belangrijke manieren waarop moleculen elkaar aantrekken: cohesie en adhesie.
Cohesie: de kracht tussen dezelfde moleculen
Cohesie is de aantrekkingskracht tussen moleculen van dezelfde soort. Zie het als vrienden die graag bij elkaar blijven. Watermoleculen trekken watermoleculen aan, en suikermoleculen trekken suikermoleculen aan. Ze willen graag bij hun 'eigen soort' blijven en vormen zo samen een groepje. Ze voelen zich verbonden.
Adhesie: de kracht tussen verschillende moleculen
Adhesie is de aantrekkingskracht tussen moleculen van verschillende soorten. Dit gebeurt wanneer de moleculen van de ene stof zich aangetrokken voelen tot de moleculen van een andere stof. Stel je voor dat je een schildpad vasthoudt. Je wilt die schildpad niet laten vallen, dus je houdt hem stevig vast. Dat is een soort aantrekkingskracht tussen jouw handen (jouw moleculen) en de schildpad (andere moleculen). Watermoleculen kunnen zich bijvoorbeeld ook aangetrokken voelen tot glasmoleculen.
Voorbeeld van cohesie en adhesie
Waarom stroomt een glas soms niet over als je het te vol schenkt? Er ontstaat dan eerst een klein bolletje water boven de rand van het glas. Dit komt door een slimme samenwerking tussen cohesie en adhesie.
De watermoleculen willen door cohesie graag bij elkaar blijven. Ze voelen zich verbonden en vormen liever een bolling boven het glas dan dat ze uiteenvallen in losse plasjes. Ze 'houden elkaar vast' om bij hun eigen soort te blijven.
Tegelijkertijd zorgt adhesie ervoor dat de watermoleculen zich aangetrokken voelen tot het glas. Het water 'plakt' als het ware aan de rand van het glas. De bolling blijft aan het glas hangen, als een angstige bolling die niet wil overstromen.
Maar als je nog meer water toevoegt, wordt de bolling te groot en de aantrekkingskracht tussen de moleculen te zwak om het water nog vast te houden. Dan overwint de zwaartekracht, laten de watermoleculen elkaar los en stroomt het glas alsnog over.














