- Ampère (A)
- De eenheid van stroomsterkte.
- Apparaten (componenten)
- Onderdelen die stroom gebruiken, zoals een lampje.
- Draden
- De lijnen waar de stroom doorheen gaat.
- Gesloten stroomkring
- Een stroomkring waarin de stroom kan lopen.
- Open stroomkring
- Een stroomkring waarin de stroom niet kan lopen.
- Parallelschakeling
- Een schakeling waarbij de onderdelen in verschillende wegen zitten.
- Schakelaar
- Een onderdeel dat een stroomkring kan openen of sluiten.
- Serieschakeling
- Een schakeling waarbij alle onderdelen in dezelfde weg zitten, achter elkaar.
- Spanning
- Zegt hoeveel energie ieder stroomdeeltje bij zich heeft, eenheid is volt (V).
- Spanningsbron
- Een onderdeel dat nodig is om stroom te leveren, zoals een batterij of accu.
- Spanningsmeter
- Een apparaat om spanning te meten, dat parallel wordt geschakeld.
- Stroomkring
- Een circuit bestaande uit een spanningsbron, draden en apparaten die stroom gebruiken.
- Stroommeter
- Een apparaat om stroomsterkte te meten, dat in serie wordt geschakeld.
- Stroomsterkte
- Zegt hoeveel stroom er per seconde door de stroomkring gaat, eenheid is ampère (A).
- Volt (V)
- De eenheid van spanning.