- Beeld (B)
- De weergave van het voorwerp die door de lens wordt gevormd.
- Beeldafstand
- De afstand van het beeld tot de lens.
- Bolle lens
- Een positieve lens die in het midden dikker is en lichtstralen naar elkaar toe buigt (convergeert).
- Brandpunt (F)
- Het punt waar evenwijdige lichtstralen na het passeren van een positieve lens samenkomen.
- Brandpuntsafstand
- De afstand van het brandpunt tot de lens.
- Convergeren
- Lichtstralen naar elkaar toe buigen.
- Divergeren
- Lichtstralen uit elkaar buigen.
- Holle lens
- Een negatieve lens die in het midden dunner is en lichtstralen uit elkaar buigt (divergeert).
- Lens
- Een dun schijfje glas of plastic waar licht doorheen breekt.
- Negatieve lens
- Een holle lens die in het midden dunner is en lichtstralen uit elkaar buigt (divergeert).
- Positieve lens
- Een bolle lens die in het midden dikker is en lichtstralen naar elkaar toe buigt (convergeert).
- Reëel beeld
- Een beeld dat op een scherm kan worden geprojecteerd, omdat de lichtstralen daadwerkelijk samenkomen.
- Virtueel beeld
- Een beeld dat niet op een scherm kan worden geprojecteerd, omdat de lichtstralen niet echt samenkomen maar slechts lijken te komen van een punt.
- Voorwerp (V)
- Het object dat door de lens wordt bekeken of waarvan een beeld wordt gevormd.
- Voorwerpsafstand
- De afstand van het voorwerp tot de lens.