Examenstrategie

Examenstrategie

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 06:39
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Begrip
Een belangrijk woord of term die benoemd en uitgelegd moet worden in een uitlegvraag.
Berekening (vraag)
Een vraagtype dat een wiskundige berekening vereist.
Eenheid
De maateenheid die bij een numeriek antwoord hoort (bijv. meter, seconde).
Examenstrategie
Een methode om een examen effectief aan te pakken en te maken.
Formule
Een wiskundige regel of vergelijking die gebruikt wordt bij een berekening.
Gegeven (GGO)
De bekende informatie in een rekenvraag.
Gevraagd (GGO)
Wat er precies berekend of gevonden moet worden in een rekenvraag.
GGO-methode
Een strategie voor het oplossen van rekenvragen, bestaande uit Gegeven, Gevraagd, Oplossing.
Oplossing (GGO)
De stappen en het antwoord van een rekenvraag.
Punt (examen)
Een eenheid van score op een examen, vaak gelijk aan één reken- of denkstap.
Uitleg (vraag)
Een vraagtype dat een verklaring of toelichting van concepten vereist.
Voorblad (examen)
Het eerste blad van een examen met algemene informatie zoals aantal vragen, punten, tijd en regels.
Samenvatting

Leerdoelen

Je kunt de algemene opbouw van een examen beschrijven.

Je kunt aan de hand van het examenvoorblad berekenen hoeveel tijd je gemiddeld per punt hebt.

Je kunt een persoonlijke examenstrategie bepalen op basis van je sterke punten.

Je kunt een gestructureerde aanpak toepassen om een examenvraag te beantwoorden.

Je kunt de GGO-methode correct toepassen bij berekeningsvragen.

Je kunt bij berekeningen altijd de formule, berekening en eenheid noteren.

Je kunt bij uitlegvragen belangrijke begrippen gebruiken en controleren of je de vraag volledig hebt beantwoord.

Voorblad

Voordat je begint met een examen, is het slim om altijd goed te kijken naar het voorblad. Hierop vind je belangrijke informatie die je helpt bij het plannen van je tijd. Op het voorblad staat meestal:

het aantal vragen

het totaal aantal te behalen punten

de beschikbare tijd

de datum

algemene regels

De belangrijkste dingen om te weten zijn hoe lang je de tijd hebt, hoeveel vragen er zijn en hoeveel punten je kunt verdienen. Deze informatie helpt je bij het maken van een plan. De meeste examens duren twee uur (120 minuten), tenzij je extra tijd hebt gekregen.

Uitsnede van de informatie op een examenvoorblad
Uitsnede van de informatie op een examenvoorblad

Tijdmanagement

Met de informatie van het voorblad kun je berekenen hoeveel tijd je ongeveer per punt of per vraag hebt. Dit is handig om je tijd goed in te delen.

Rekenvoorbeeld: Stel, je examen heeft:

37 vragen

69 punten

120 minuten tijd

Dan bereken je de tijd per punt zo:

Dit betekent dat ieder punt dat je kunt verdienen, ongeveer 1,7 minuten in beslag neemt. Voor het gemak kun je rekenen met ongeveer twee minuten per punt. Een punt staat vaak voor één reken- of denkstap. Als je dit weet, kun je beter inschatten hoeveel tijd je aan een vraag moet besteden.

Jouw examenstrategie

Je hoeft niet per se met vraag 1 te beginnen. Het is slim om eerst even door het hele examen te bladeren.

1.Bepaal je sterke punten: Waar ben je goed in? Waar heb je vertrouwen in? Begin met die vragen. Zo bouw je zelfvertrouwen op en dat helpt je voor de rest van je examen.

2.Kies je startpunt: Waar heb je zin in? Dat kan ook een goede reden zijn om te beginnen.

3.Duidelijk aangeven: Als je niet met vraag 1 begint, schrijf dan duidelijk het nummer van de vraag op die je aan het maken bent. Als je begint met vraag 8, zet dan duidelijk 'Vraag 8' boven je antwoord. De docent snapt dan precies welke vraag je beantwoordt.

Vragen aanpakken

Als je eenmaal hebt gekozen met welke vraag je begint, is het belangrijk om gestructureerd te werk te gaan.

Algemene aanpak

1.Scan de titel: Waar zou de vraag over kunnen gaan? Welk onderwerp verwacht je?

2.Kijk naar afbeeldingen: Staan er plaatjes of grafieken bij de vraag? Wat zie je? Misschien weet je dan al meteen waar de vraag over gaat en of je er goed in bent.

3.Lees eerst de vraag: Lees eerst de concrete opdracht (die vaak onderaan de opgave staat) en nog niet de informatieve tekst die erboven staat. Zo weet je precies wat er van je verwacht wordt.

4.Denk na: Kun je de vraag beantwoorden zonder de bijbehorende tekst te lezen?

Ja: Beantwoord de vraag direct.

Nee: Lees dan de tekst en beantwoord de vraag.

5.Controleer: Heb je de vraag daadwerkelijk beantwoord en niet iets heel anders opgeschreven?

Berekeningsvragen met de GGO-methode

Bij berekeningsvragen is het heel belangrijk om je stappen goed op te schrijven. Hiervoor kun je de GGO-methode gebruiken: Gegeven, Gevraagd, Oplossing.

Gegeven: Schrijf alle gegevens uit de tekst op die je nodig hebt voor de berekening. Je kunt ze ook markeren in de tekst, want je mag gewoon op je examen schrijven.

Gevraagd: Wat wordt er precies gevraagd? Noteer dit duidelijk. Zet er alvast de verwachte grootheid en de bijbehorende eenheid bij, dan vergeet je die later niet. Bijvoorbeeld: gevraagd: de snelheid (in m/s).

Oplossing:

1.Formule: Welke formule ga je gebruiken? Schrijf deze op. Docenten geven hier vaak al punten voor.

2.Berekening: Vul de gegevens in de formule in en voer de berekening uit.

3.Rekenmachine: Gebruik altijd je rekenmachine, zelfs bij simpele sommen zoals 1 keer 1. Onder examendruk maak je sneller fouten. Controleer ook goed of je de juiste getallen hebt ingetypt.

4.Eenheid: Vergeet niet om de juiste eenheid bij je eindantwoord te zetten. Zonder eenheid is het maar een getal en heeft het niks met NaSk te maken. Bijvoorbeeld: 10 meter per seconde (10 m/s), niet alleen '10'.

Uitlegvragen

Uitlegvragen vragen vaak om meer dan alleen een antwoord; je moet laten zien dat je de stof begrijpt.

1.Analyseer de vraag: Wat wordt er precies van je gevraagd?

Staat er 'Leg uit'? Dan moet je de situatie verklaren.

Staat er 'Waarom'? Dan geef je de reden.

Staat er 'Wat is het verband tussen'? Dan beschrijf je hoe twee dingen elkaar beïnvloeden, bijvoorbeeld: 'Als de ene grootheid groter wordt, wordt de andere kleiner' of 'Het verband is dat de kracht twee keer zo groot wordt als de massa verdubbelt.'

2.Gebruik NaSk-begrippen: In je uitleg moet je de belangrijke begrippen gebruiken die bij het onderwerp horen. Hier krijg je ook punten voor.

3.Controleer je antwoord: Controleer of je antwoord de vraag daadwerkelijk beantwoordt en of het logisch, duidelijk en relevant is.

4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo
Cookies
Meer uitleg

Om deze website goed te laten werken plaatsen we functionele cookies. We plaatsen analytische cookies om te bepalen welke onderdelen van de website het meest interessant zijn voor bezoekers. We plaatsen marketing cookies om de effectiviteit van onze campagnes te kunnen meten.