SI staat voor 'Système International', oftewel internationaal systeem. Het wordt gebruikt voor allerlei metingen en berekeningen die je in het dagelijks leven tegenkomt zoals kilometers, meters en kilo's. Dit systeem garandeert dat ongeacht waar je bent in de wereld, iedereen dezelfde maateenheden gebruikt.
Waarom gebruiken we SI-eenheden?
Vroeger, voordat dit systeem werd uitgevonden, gebruikten mensen lichaamslengtes om dingen te meten. Dat is echter niet zo eerlijk, want iedereen heeft verschillende lichaamsmaten. Het SI-systeem zorgt ervoor dat een meter altijd een meter blijft en een kilogram altijd een kilogram is, ongeacht de maat van je voet of duim.
Voorvoegsels van SI-eenheden
We gebruiken ook voorvoegsels bij SI-eenheden. Deze voorvoegsels geven aan hoe groot of klein het aantal eenheden is dat je meet. Hier zijn enkele voorbeelden:
1.Kilo (K) - betekent duizend, bijv. een kilometer (km) = duizend meter, een kilogram (kg) = duizend gram.
2.Deci (D) - betekent een tiende, bijv. een decimeter (dm) = een tiende van een meter.
3.Centi (C) - betekent een honderdste, bijv. een centimeter (cm) = een honderdste van een meter.
4.Milli (M) - betekent een duizendste, bijv. een millimeter (mm) = een duizendste van een meter.
Deze voorvoegsels worden niet alleen gebruikt om lengtes te meten, maar ook voor gewichten en andere metingen. Dit is het mooie van het SI-systeem: het is universeel. Bijvoorbeeld, een kilo aardappelen in Nederland weegt hetzelfde als een kilo aardappelen in Italië!
Wat is de eenheid van massa?
Om het SI-systeem goed te begrijpen, is het ook belangrijk om de eenheid van massa te kennen: gram. Als je gewichten gaat meten die groter zijn dan een gram, dan gebruik je 'kilo' als voorvoegsel, zoals in 'kilogram'.












