Marja fietst samen met haar vriendin langs een winkelcentrum.

Ze fietsen met een constante snelheid van4{,}8\text{ m/s}4{,}84{,}84{,}84{,}84{,}84{,}84{,}84{,}84{,}84{,}84{,}84{,}8~$4{,}8 \mathrm{~m} / \mathrm{s}. Marja heeft samen met de fiets een massa van87{,}5\text{ kg}87{,}587{,}587{,}587{,}587{,}587{,}587{,}587{,}587{,}587{,}587{,}587{,}5~87{,}5~k$87{,}5 \mathrm{~kg}. Voor een verkeerslicht remt Marja af en komt in een tijd van2{,}3\text{ s}2{,}32{,}32{,}32{,}32{,}32{,}32{,}32{,}32{,}32{,}32{,}32{,}3~$2{,}3 \mathrm{~s}tot stilstand. De remkracht is184\text{ N}184184184184184184184184184184.
