Een juist antwoord bevat:
a
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
b
➤ Indien correct 1 punt:
voorbeeld van een juist antwoord:
a
•In een rechtsstaat hebben alle burgers gelijke (grond)rechten.
•Deze grondrechten (zoals vrijheid van meningsuiting of stemrecht) maken inspraak mogelijk van mensen met minder macht.
•Door de uitbouw van de rechtsstaat zijn rechten niet meer voorbehouden aan een elite, wat wil zeggen dat met de ontwikkeling naar een rechtsstaat de machtsverhoudingen veranderd zijn.
b
•In tekst 1 staat dat volgens de Franse schenkers de wil van de meerderheid van het volk aan banden gelegd moet worden (r. 14-17). Dus wijzen de Franse schenkers van het Vrijheidsbeeld het ontstaan van een volksvertegenwoordiging als ontwikkeling binnen democratisering af.