Een juist antwoord bevat:
a
•de afhankelijke variabele (het percentage klinkers dat correct verstaan is / de mate waarin klinkers correct verstaan worden) en de onafhankelijke variabele (het wel of niet geoefend zijn)
b
een redenering dat socialisatie het verschil in het verstaan van klinkers in de fluittaal tussen geoefende en ongeoefende luisteraars kan verklaren, met
•gegevens uit tabel 1 die de redenering ondersteunen
•een toepassing van ‘overdracht/verwerving’ uit de omschrijving van het kernconcept socialisatie
voorbeeld van een juist antwoord:
a
•De afhankelijke variabele in tabel 1 is het percentage klinkers in de Spaanse fluittaal dat correct verstaan is. En de onafhankelijke variabele in tabel 1 is het wel of niet geoefend zijn in de Spaanse fluittaal.
b
•Uit de gegevens uit tabel 1 kan opgemaakt worden dat het verstaan van de klinkers in de fluittaal afhankelijk is van de oefening in de fluittaal. Alle onderzochte klinkers worden namelijk beter verstaan door iemand die geoefend is in de Spaanse fluittaal (gemiddeld 87,5%), dan door iemand die ongeoefend is in de Spaanse fluittaal (gemiddeld 53%).
•Daaruit kan worden opgemaakt dat het verschil tussen geoefende en ongeoefende luisteraars in het verstaan van klinkers in de Spaanse fluittaal, oftewel de verwerving van de fluittaal, kan worden verklaard door het oefenen van de Spaanse fluittaal, ofwel de overdracht van de fluittaal.
Opmerking
Als het antwoord geen redenering bevat, kan maximaal 1 scorepunt worden toegekend.