In tekst 2 worden de verhoudingen tussen gezinsleden in het meest voorkomende gezinstype in 1948 beschreven. In de 21ste eeuw liggen de verhoudingen tussen gezinsleden in de meeste gezinnen anders.
Hofstede noemt zes dimensies waarop je culturen van elkaar kan onderscheiden. Vier hiervan zijn:
•individualistisch versus collectivistisch;
•lage onzekerheidsvermijding versus hoge onzekerheidsvermijding;
•langetermijngerichtheid versus kortetermijngerichtheid;
•hedonisme versus soberheid.
De zes dimensies hebben elk twee polen. Zo heeft de dimensie individualistisch versus collectivistisch de pool individualistisch en de pool collectivistisch.
a Benoem de pool van een andere, niet genoemde dimensie van Hofstede die het meest past bij de verhoudingen tussen gezinsleden van het meest voorkomende gezin in 1948. Geef ook informatie uit tekst 2 waaruit deze pool blijkt.
b Leg uit welke pool van de in vraag 10a gekozen dimensie het meest past bij de verhoudingen tussen gezinsleden van het meest voorkomende (type) gezin in de 21e eeuw.