Bij deze opgave hoort tekst 1 uit het bronnenboekje.
Inleiding In het dagelijks leven van veel Nederlanders is het gebruik van sociale media niet meer weg te denken. Ook voor sportbeoefenaars bestaan er specifieke apps, zoals de app Strava die vooral populair is bij duursporters. Beoefenaars van sporten zoals fietsen en hardlopen kunnen met die app bijhouden hoe vaak en hoelang ze sporten. Via Strava kunnen sporters ook een trainingsplan opstellen om hun sportieve doelen te behalen. Ook details over de gevolgde routes en welke prestaties sporters hebben geleverd, kunnen met de app worden bijgehouden. Deze informatie kan vervolgens gedeeld worden met anderen die de betreffende sporter volgen. Gebruikers kunnen zelf ook anderen volgen en kunnen op activiteiten reageren met aanmoedigingen, vragen of zogenaamde kudos. Kudos zijn virtuele complimentjes. De onderzoekers in tekst 1 vroegen zich af of en hoe sporters binnen een Strava-netwerk elkaar beïnvloeden en onderzochten of apps gebruikt zouden kunnen worden voor het ontwikkelen van beleid dat gericht is op het stimuleren van sportdeelname.

