Een juist antwoord bevat:
a
➤ Indien correct 1 punt:
b
➤ Indien correct 1 punt:
c
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
d
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
voorbeeld van een juist antwoord:
a
•onafhankelijke variabele: de hoogte van de opleiding afhankelijke variabele: het al dan niet hebben van een of meer chronische aandoeningen
b
•Hoe hoger de opleiding, hoe minder vaak een chronische aandoening.
of
Hoe lager de opleiding, hoe vaker een chronische aandoening
c
•Mensen met een hogere opleiding hebben doorgaans meer kennis dan mensen met een lagere opleiding. Kennis is een vorm van cultureel kapitaal
•Met meer cultureel kapitaal, bijvoorbeeld kennis, zijn mensen beter in staat hun gezondheid te beïnvloeden. Als mensen bijvoorbeeld goed weten wat een gezonde levensstijl inhoudt, kunnen ze daar naar leven en zullen zij waarschijnlijk bepaalde chronische ziektes minder snel ontwikkelen dan mensen met een lagere opleiding
d
•Mensen met een hogere opleiding hebben doorgaans een hoger salaris dan mensen met een lagere opleiding. Salaris is een vorm van economisch kapitaal
•Met meer economisch kapitaal, zoals salaris, zijn mensen beter in staat hun gezondheid te beïnvloeden. Met meer salaris kunnen zij bijvoorbeeld meer sporten en gezonder/gevarieerder voedsel kopen. Daardoor zullen zij waarschijnlijk bepaalde chronische ziektes minder snel ontwikkelen dan mensen met een lagere opleiding
Opmerking
Bij a het scorepunt alleen toekennen als zowel de onafhankelijke als de afhankelijke variabele juist zijn.