Een juist antwoord bevat:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
voorbeeld van een juist antwoord:
•Uit tekst 3 blijkt dat mbo'ers, doordat ze geen studenten zijn, maar 'deelnemers', niet profiteren van sommige studentenvoordelen (r. 2-5) / dat mbo'ers sommige plaatsen, bijvoorbeeld een kroeg, niet binnenkomen, omdat ze niet als student beschouwd worden en geen collegekaart hebben (r. 40-42)
•Als voor mbo'ers de term 'deelnemer' in de wet veranderd wordt in 'student' dan zou dat consequenties kunnen hebben voor hun maatschappelijke positie in het studentenleven, omdat ze dan misschien wel kunnen profiteren van sommige studentenvoordelen / in studentenkroegen mogen komen, en zou dat kunnen leiden tot een minder ongelijke waardering en behandeling in vergelijking met hbo'ers en studenten van universiteiten. De sociale ongelijkheid zal dan verminderen