Welke twee kamers vormen samen het parlement in Nederland?
Leerdoelen
•Je kunt de wetgevende macht beschrijven.
•Je kunt de uitvoerende macht beschrijven.
•Je kunt de rechterlijke macht beschrijven.
•Je kunt de interactie tussen de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht uitleggen.
De wetgevende macht
De wetgevende macht ligt bij de Eerste en Tweede Kamer, ook wel onze volksvertegenwoordigers genoemd. Zij bespreken hoe de samenleving eruit moet zien en bedenken oplossingen voor maatschappelijke problemen door (1) wetsvoorstellen op te stellen en in te dienen, en (2) erover te stemmen. Binnen het parlement is er controle: de Tweede Kamer stemt eerst, daarna de Eerste Kamer. De Eerste Kamer controleert de wet globaal op strijdigheid met de Grondwet en uitvoerbaarheid.
Hoewel het parlement het grootste deel van de wetgevende macht heeft, speelt ook de regering (ministers en de koning) een rol. Zij ondertekenen goedgekeurde wetten en kunnen zelf ook wetsvoorstellen indienen.
De uitvoerende macht
De uitvoerende macht ligt vooral bij de ministers en hun ambtenaren. Iedere minister is verantwoordelijk voor een eigen beleidsterrein, zoals Financiën, Onderwijs, Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Verkeer en Waterstaat, Klimaat of Sociale Zaken. Ambtenaren voeren het beleid uit en nemen dagelijks zelfstandige beslissingen over hoe wetten worden toegepast. Vanwege hun grote aantal en hun ruime beslissingsbevoegdheid worden ambtenaren soms ook wel de vierde macht genoemd. Ministers zijn eindverantwoordelijk voor hun ambtenaren en moeten zich daarover verantwoorden in de Tweede Kamer.
De rechterlijke macht
De rechtsprekende macht bestaat uit onafhankelijke rechters die zonder vooroordelen rechtspreken. Rechters worden voor het leven benoemd om deze onafhankelijkheid te waarborgen. Zij oordelen in conflicten tussen burgers onderling en tussen burgers en de overheid. Er is interne controle binnen de rechtspraak doordat men in hoger beroep kan gaan bij het gerechtshof of de Hoge Raad.
Interactie tussen de drie machten
Het samenspel tussen de drie machten wordt duidelijk aan de hand van een wetsvoorstel over het verbod op het vasthouden van een telefoon in de auto. Een minister dient dit voorstel in om de verkeersveiligheid te verbeteren. Na goedkeuring door het parlement wordt de wet van kracht. De uitvoerende macht, in dit geval de politie, ziet toe op de naleving en kan boetes uitdelen bij overtreding. Als iemand vindt dat zo’n boete onterecht is, kan hij of zij naar een onafhankelijke rechter stappen. De rechter toetst de zaak aan de wet en kan daarbij ook eerdere uitspraken gebruiken (jurisprudentie). Zo werken de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht samen en controleren zij elkaar volgens het principe van checks and balances.













