Wat zijn de twee belangrijkste soorten strafbare feiten in het Nederlandse strafrecht en hoe verschillen ze van elkaar?
Leerdoelen
•Je kunt de grondbeginselen van de rechtsstaat in het strafrecht benoemen en hun rol hierin uitleggen.
•Je kunt het verschil tussen een overtreding en een misdrijf uitleggen.
•Je kunt de fasen van opsporing, aanhouding en vervolging binnen het strafproces beschrijven.
•Je kunt uitleggen hoe een verdachte wordt beschermd tijdens de eerste fasen van het strafproces.
Grondbeginselen van de rechtsstaat
•Soevereiniteits- en democratiebeginsel: mensen maken gezamenlijke afspraken en houden zich aan regels.
•Grondrechten: belangrijke principes of waarden die in de grondwet zijn vastgelegd.
•Legaliteitsbeginsel: de staat moet zich strikt aan de regels van de wet houden.
•Trias politica: scheiding van de machten van de staat.
Het verschil tussen overtreding en misdrijf
Overtredingen zijn minder ernstige delicten, terwijl misdrijven als ernstige delicten worden beschouwd. Criminaliteit heeft betrekking op misdrijven, niet op overtredingen. In dit artikel staan echter de eerste fasen van het strafproces centraal.
Fase 1: Opsporing
In de eerste fase van het strafproces staat de opsporing centraal. Dit is het verzamelen van bewijsmateriaal door de officier van justitie (OvJ), die het Openbaar Ministerie (OM) vertegenwoordigt. De OVJ geeft leiding aan de politie tijdens het opsporingsonderzoek en zorgt ervoor dat dit zorgvuldig en volgens de regels gebeurt. De verdachte mag zijn kant van het verhaal uitleggen tijdens een verhoor. Hiervan wordt een verslag gemaakt. Dit noemen we het proces-verbaal. Tijdens deze fase mag de OvJ de politie aansturen om dwangmiddelen in te zetten. De politie mag dit zonder toestemming uitvoeren als de rechten van de verdachten niet worden geschonden. Als er wel rechten moeten worden aangetast, zoals bij het doorzoeken van een woning, moet de politie toestemming hebben van een rechter-commissaris. Wanneer er tijdens het onderzoek een gegronde reden is om de verdachte vast te houden, mag er een voorarrest opgelegd worden. Bij een voorarrest mag de verdachte maximaal 110 dagen vastgehouden worden.
Fase 2: Aanhouding
De tweede fase is de aanhouding van de verdachte. Dit kan plaatsvinden voor, tijdens of na het opsporingsonderzoek. De politie mag iemand aanhouden als er een redelijk vermoeden van schuld aan een misdrijf of overtreding bestaat. Bij een aanhouding word je gearresteerd door de politie en meegenomen naar het politiebureau. Als je staande wordt gehouden, laat de politie je stilstaan en identificeren naar aanleiding van verdacht gedrag.
Fase 3: Vervolging
De derde fase van het strafproces is de vervolging. In deze fase beslist de OvJ wat er met de zaak gebeurt. De OvJ heeft vier keuzes:
1.Seponeren: de zaak vervalt, omdat er bijvoorbeeld te weinig bewijslast is of als de OvJ vindt dat de verdachte al genoeg gestraft is.
2.Transactie aanbieden: er wordt een boete of taakstraf opgelegd. Dit gebeurt bij overtredingen of lichte misdrijven.
3.Strafbeschikking uitvaardigen: bij lichte misdrijven kan het OM zelf een straf opleggen om de werkdruk van de rechters te verminderen. In dit geval moet de schuld van de verdachte vaststaan en er mag geen celstraf opgelegd worden. Met deze maatregel wordt de trias politica geschonden.
4.De verdachte vervolgen: bij voldoende bewijs moet de verdachte voor de rechter komen.
Bescherming van de verdachte
Hoe word je als verdachte beschermd tijdens het eerste deel van het strafproces? De verdachte wordt beschermd door regels in het strafproces, zoals de grondrechten, het legaliteitsbeginsel en het toezicht van de rechter-commissaris op de inzet van zwaardere dwangmiddelen. Hierdoor kan de staat niet onbegrensd zijn macht uitoefenen.













