Wat is actief stemrecht?
Leerdoelen
•Je kunt het verschil tussen actief stemrecht en passief stemrecht benoemen en herkennen.
•Je kunt de verschillende niveaus van vertegenwoordiging in Nederland benoemen.
•Je kunt de kenmerken, voor- en nadelen van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging uitleggen.
•Je kunt de kenmerken, voor- en nadelen van het districtenstelsel uitleggen.
Actief en passief stemrecht
In Nederland kennen we twee soorten stemrecht:
•Actief stemrecht: dit betekent dat je het recht hebt om een stem uit te brengen. In Nederland krijg je dit recht vanaf je achttiende jaar.
•Passief stemrecht: dit betekent dat je je vanaf je achttiende jaar verkiesbaar mag stellen. Je kunt dus zelf kandidaat zijn voor een politieke functie. In Nederland hebben we het geluk dat we beide soorten stemrecht hebben, wat betekent dat je zowel kunt stemmen als zelf gekozen kunt worden.

Niveaus van vertegenwoordiging
In Nederland stemmen we niet alleen voor één parlement, maar voor volksvertegenwoordigers op verschillende overheidsniveaus. Dit zorgt ervoor dat onze belangen op lokaal, regionaal, nationaal en zelfs Europees niveau worden behartigd.
Het Europees Parlement
Eens in de vijf jaar stem je als Nederlander voor het Europees Parlement. Dit is het hoogste niveau van vertegenwoordiging en beïnvloedt wetgeving die geldt voor alle landen binnen de Europese Unie.
De Tweede Kamer
Op landelijk niveau zijn er eens in de vier jaar, tenzij het kabinet eerder valt, verkiezingen voor de Tweede Kamer. Dit is het belangrijkste orgaan van de Nederlandse volksvertegenwoordiging en het telt 150 leden. Zij controleren de regering en maken wetten.
De Provinciale Staten
Ook eens in de vier jaar, maar niet in hetzelfde jaar als de Tweede Kamerverkiezingen, zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Deze vertegenwoordigen jouw provincie en zijn verantwoordelijk voor provinciale zaken zoals ruimtelijke ordening en infrastructuur. Het aantal Statenleden per provincie hangt af van het aantal inwoners.
De waterschappen
Op dezelfde dag als de Provinciale Statenverkiezingen mag je stemmen voor de waterschappen. Deze organen zijn specifiek verantwoordelijk voor de waterhuishouding in Nederland, zoals de dijken, waterkwaliteit en waterstanden. Er zijn in Nederland iets meer waterschappen dan provincies.
De gemeenteraad
Tot slot zijn er verkiezingen op gemeentelijk niveau voor de gemeenteraad van jouw gemeente, ook eens in de vier jaar. De gemeenteraad bepaalt het beleid voor de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van wonen, welzijn en openbare ruimte.

Kiesstelsels
Er zijn verschillende manieren waarop uitgebrachte stemmen worden omgezet in zetels in een parlement of raad. We bespreken hier twee belangrijke stelsels.
Stelsel van evenredige vertegenwoordiging
In Nederland maken we gebruik van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Dit betekent dat een partij een aantal zetels krijgt dat precies in verhouding staat tot het percentage stemmen dat de partij heeft behaald. Als een partij bijvoorbeeld 10% van de stemmen krijgt, krijgt die ook 10% van de zetels. Om te bepalen hoeveel stemmen er nodig zijn voor één zetel, wordt de kiesdeler berekend. De kiesdeler is per verkiezing anders en wordt als volgt bepaald: Aantal uitgebrachte stemmen / aantal zetels in de Tweede Kamer (150) = kiesdeler
Rekenvoorbeeld: Stel, er zijn 10.000.000 stemmen uitgebracht bij een Tweede Kamerverkiezing. 10.000.000 stemmen / 150 zetels = 66.667 stemmen per zetel. Dit betekent dat elke partij voor elke 66.667 stemmen één zetel krijgt.
Dit stelsel heeft een aantal duidelijke voordelen:
•Grote pluriformiteit: er is een grote verscheidenheid aan partijen in de politiek, wat de samenleving goed weerspiegelt en dus representatiever is.
•Geen stemmen gaan verloren: omdat elke stem meetelt voor het bepalen van de kiesdeler, gaan er weinig stemmen verloren. Dit wordt ook wel het principe van "one man, one vote" genoemd.
•Toegankelijkheid voor nieuwe partijen: nieuwe partijen kunnen relatief makkelijk in de Kamer komen, omdat ze slechts minimaal één keer de kiesdeler hoeven te behalen.
Er zijn echter ook nadelen aan dit stelsel:
•Lange debatten: door de grote verscheidenheid aan partijen en standpunten kunnen debatten in de Kamer erg lang duren, omdat iedereen spreektijd moet krijgen.
•Moeilijke coalitievorming: met veel verschillende partijen is het vaak lastig om een coalitie (een samenwerking tussen partijen om een meerderheid te vormen en te regeren) te vormen. Daarom hebben sommige landen een kiesdrempel.
De kiesdrempel Om de nadelen van een grote verscheidenheid aan partijen (of versplintering) te verminderen, hebben sommige landen een kiesdrempel ingevoerd. Let op: dit is iets anders dan de kiesdeler! Bij een kiesdrempel moet een partij een minimumpercentage van het totale aantal stemmen (of zetels) halen om überhaupt in aanmerking te komen voor zetels in het parlement. Rekenvoorbeeld: Als Nederland een kiesdrempel van 10% zou hebben, zou een partij pas in de Tweede Kamer komen als deze minstens 15 zetels behaalt (10% van 150 zetels). Veel huidige kleine fracties zouden dan niet in de Kamer zitten. Nederland heeft geen kiesdrempel, vandaar dat we ook één- of tweepersoonsfracties kennen.
Districtenstelsel
Een heel ander type kiesstelsel is het districtenstelsel. Een goed voorbeeld hiervan zijn de Verenigde Staten. Bij dit stelsel is het land verdeeld in verschillende districten. In elk district strijden kandidaten van (vaak maar twee) partijen om de stemmen. De kandidaat die binnen een district de meeste stemmen krijgt, wint de zetel (of kiesmannen in het geval van de VS) voor dat district. Deze persoon wordt dan de afgevaardigde van dat district in het parlement.
De voor- en nadelen van een districtenstelsel zijn tegenovergesteld aan die van evenredige vertegenwoordiging:
•Voordelen: burgers hebben vaak een sterkere band met hun afgevaardigde, omdat die persoon specifiek hun regio vertegenwoordigt.
•Nadelen: het grootste nadeel is dat heel veel stemmen verloren gaan. Als een partij in een groot district met een klein verschil wint, gaan alle stemmen van de verliezende partij verloren. Dit kan leiden tot situaties waarin de winnende partij landelijk minder stemmen heeft gekregen dan de verliezende partij, zoals in 2016 in Amerika gebeurde toen Hillary Clinton meer stemmen kreeg dan Donald Trump, maar Trump door het kiesmannensysteem toch de verkiezingen won.

Welk probleem lost de kiesdrempel op?
Een kiesdrempel is een minimumpercentage stemmen dat een partij moet halen om in het parlement te komen. Door dit in te voeren, voorkom je dat er heel veel kleine partijen in de Kamer komen. Dit vermindert de versplintering in de politiek. Het grote voordeel hiervan is dat het vormen van een coalitie veel gemakkelijker wordt. Met minder partijen aan tafel is het eenvoudiger om tot overeenstemming te komen en een stabiele regering te vormen, iets wat met een groot aantal kleine partijen problematisch kan zijn.














