In welk stadium van het strafproces vindt de zitting plaats?
Leerdoelen
•Je kunt de keuzes die de OvJ kan maken tijdens een onderzoek benoemen.
•Je kunt de stappen van de terechtzitting en berechting (fase 4) beschrijven.
•Je kunt het verschil tussen hoger beroep en cassatie (fase 5) uitleggen.
De keuzes van de Officier van Justitie (OvJ) tijdens het onderzoek
1.Seponeren: De OvJ kan besluiten de zaak te seponeren als er te weinig bewijs is, het strafbare feit licht is, of de verdachte al genoeg gestraft is.
2.Transactie aanbieden: Bij overtredingen en lichte misdrijven kan de OVJ een transactie aanbieden.
3.Strafbeschikking: Bij lichte strafbare feiten, zoals vernieling, winkeldiefstal of verkeersovertredingen, kan de OVJ zelf een straf opleggen met een strafbeschikking. De OvJ mag geen celstraf opleggen.
4.Vervolgen: Als er genoeg bewijs is en een hogere straf gegeven dient te worden, laat de OVJ de verdachte vervolgen.

De terechtzitting en berechting (Fase 4)
Een rechtszaak verloopt volgens vaste stappen:
1.Opening van de zaak: De rechter controleert de persoonsgegevens van de verdachte.
2.Aanklacht:Vervolgens presenteert de OvJ de tenlastelegging, waarin staat van welk strafbaar feit de verdachte beschuldigd wordt.
3.Onderzoek ter zitting: De rechter onderzoekt of de beschuldigingen van de OvJ kloppen door de verdachte, getuigen en deskundigen te ondervragen. Het slachtoffer kan ook zijn spreekrecht gebruiken.
4.Requisitoir: Na het onderzoek houdt de OvJ een requisitoir, waarin hij de rechter probeert te overtuigen van de schuld van de verdachte en een straf eist.
5.Pleidooi van de advocaat: De advocaat verdedigt de verdachte en draagt eventueel verzachtende omstandigheden aan.
6.Laatste woord: De verdachte heeft de mogelijkheid om nog iets te zeggen in het belang van de zaak.
7.Vonnis: De rechter doet een uitspraak, het vonnis, waarin hij bepaalt of de verdachte schuldig is en welke straf passend is. De rechter moet vier vragen beantwoorden: is het feit wettig en overtuigend bewezen, is het feit strafbaar, is de verdachte strafbaar, en welke straf is passend?
Hoger beroep en cassatie (Fase 5)
Als een verdachte of OvJ het niet eens is met de uitspraak, kunnen zij in hoger beroep gaan. De zaak wordt dan voorgelegd aan het gerechtshof. Als men het daarna nog steeds niet eens is met de uitspraak, kan men in cassatie gaan bij de Hoge Raad. De Hoge Raad kijkt niet inhoudelijk naar de zaak, maar toetst of het recht en het strafproces juist zijn toegepast. Daarnaast kijken de rechters naar vergelijkbare zaken, dit heet jurispudentie. Na het hoger beroep zijn er geen mogelijkheden meer, tenzij er nieuw bewijs wordt gevonden. Dit heet herziening ten voordele.
Mogelijkheden voor hulp of verdediging
Tijdens de berechting kan een verdachte zich laten bijstaan door een advocaat. De advocaat verdedigt de verdachte na de strafeis van de OvJ door middel van zijn pleidooi. Daarnaast heeft de verdachte het laatste woord in de rechtszaak en kan hij of zij nog een verklaring afleggen of iets aanvoeren ter verdediging.
De rol van het slachtoffer
Slachtoffers van strafbare feiten hebben ook rechten binnen het strafproces. Ze kunnen zich voegen in het proces als benadeelde partij om schadevergoeding te vragen. Ook kunnen ze gebruik maken van het spreekrecht om tijdens de zitting hun verhaal te vertellen en de impact van het delict op hun leven te schetsen.














