Hieronder staan twee uitgangspunten van het Nederlandse strafrecht.
→ Maak beide uitgangspunten kloppend door steeds de juiste keuze te maken. Schrijf de kloppende zinnen op.
1. De … (kies uit: rechter / wet) bepaalt welke straf … (kies uit: maximaal mag / minimaal moet) worden gegeven.
2. Iedereen wordt voor … (kies uit: onschuldig / schuldig) gehouden totdat zijn … (kies uit: onschuld / schuld) door de rechter is vastgesteld. Bij gebrek aan bewijs volgt … (kies uit: strafvermindering / vrijspraak)
