Hieronder staan vier beweringen over de rechter.
1.De rechter bepaalt hoe hoog de maximumstraffen in het Wetboek van Strafrecht zijn.
2.De rechter mag in zijn uitspraak rekening houden met de achtergrond van de verdachte.
3.De rechter opent een rechtszitting door de tenlastelegging voor te lezen.
4.De rechter spreekt het vonnis uit.
→ Geef van elke bewering aan of deze juist of onjuist is.
Doe het zo: neem het onderstaande over en vul juist of onjuist in.
1.= ...
2.= ...
3.= …
4.= …
