Stel je voor dat de adviezen in tekst 3 op een prikbord hangen in de hal van een flat. Elke bewoner van de flat leest het, maar niet elke bewoner vat het op dezelfde manier op.
Er zijn verschillende theorieën over de beïnvloeding van mensen door de media, zoals:
1.de agendatheorie
2.de framingtheorie
3.de injectienaaldtheorie
4.de theorie van selectieve perceptie Hieronder staan drie manieren waarop de adviezen in tekst 3 invloed zouden kunnen hebben op de bewoners van het appartementencomplex:
a Alle bewoners zullen de adviezen helemaal in zich opnemen en zij zullen het klakkeloos opvolgen in het geval van een burenruzie.
b De bewoners zullen gaan praten met elkaar over hoe burenruzies opgelost zouden moeten worden, maar zij zullen in hun aanpak hierin niet worden beïnvloed door de adviezen.
c Sommige bewoners zullen de adviezen opvolgen in het geval van een burenruzie en andere bewoners niet. Dit is afhankelijk van hun referentiekader.
→ Welke manier van beïnvloeding past bij welke theorie?
Let op: er blijft één theorie over.
Doe het zo: neem het onderstaande over en vul het antwoord aan.
a past bij ... (vul theorie in)
b past bij ... (vul theorie in)
c past bij ... (vul theorie in)