Bij de beantwoording van de vragen 31 tot en met 41 maak je gebruik van de teksten 1 tot en met 5 en de tabel van het bronnenboekje.
Inleiding
Het onderwerp van dit maatschappelijk vraagstuk is laaggeletterdheid.
Op de website van de Stichting Lezen & Schrijven wordt de volgende omschrijving gegeven: Laaggeletterdheid is een term die gebruikt wordt voor mensen die grote moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen.
Mensen die laaggeletterd zijn, zijn geen analfabeten. Ze kunnen wel lezen en schrijven, maar beheersen niet het eindniveau mbo-2.
Mensen die laaggeletterd zijn, hebben onder andere meer moeite met:
•formulieren invullen (zorgtoeslag, belasting, etc.)
•straatnaamborden lezen, reizen met openbaar vervoer
•voorlezen aan (klein)kinderen
•pinnen en digitaal betalen
•werken met de computer, solliciteren
•begrijpen van informatie over gezondheid en zorg

