Vraag 30
Met opgeheven hoofd je examens in
  • Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
  • Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
  • Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
2 punten
Open vraag

Er zijn verschillende theorieën over crimineel gedrag, zoals:

a de aangeleerd gedragstheorie

b de anomietheorie

c de bindingstheorie

d de rationele-keuze-theorie

Hieronder staan vier situaties: 1 Een dief heeft vrienden die ook stelen. 2 Een dief heeft weinig familie en vrienden en spijbelt erg veel. 3 Een dief heeft weinig geld omdat hij geen goed betaalde baan kon vinden, maar wilde ook die dure merkschoenen hebben. 4 Een dief zag dat er geen bewakingscamera’s in de winkel hingen en dacht dat hij niet gepakt zou worden. → Geef voor elke situatie aan met welke theorie over crimineel gedrag de situatie het best verklaard kan worden. Doe het zo: neem het onderstaande over en vul het antwoord aan. 1 = … (vul de theorie in) 2 = … (vul de theorie in) 3 = … (vul de theorie in) 4 = … (vul de theorie in)

Op deze pagina behandelen we vraag 30 van het centraal examen maatschappij­kunde vmbo-gt 2024 – tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Criminaliteit en rechtsstaat, en is 2 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden