Regel 22-30 In t/m occultatur Cicero gebruikt verscheidene argumenten om de verdenking op T. Roscius te richten.
Met opgeheven hoofd je examens in
- Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
- Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
- Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
3 punten
Open vraag
Noteer in eigen woorden het argument in de regels 22-26 (Quid si ut illius t/m inimicissimus).
(Quid si ut avarus t/m audax).
Noteer in eigen woorden het argument in regel 27 (In t/m fueris).
Noteer in eigen woorden het argument in regel 26 \begin{itemize} \item[c] Noteer in eigen woorden het argument in regel 27 (Quid si ut illius t/m inimicissimus).
\end{itemize}
Op deze pagina behandelen we vraag 19 van het centraal examen Latijn vwo 2021 – tijdvak 3. Deze vraag is onderdeel van Tekst 4, en is 3 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
- Oude antwoorden terugzien
- Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
- Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden