Welke ontwikkelingen gingen hieraan vooraf?
Leerdoelen
•Je kunt benoemen welke twee onderdelen van de verzorgingsstaat onder druk stonden in de jaren tachtig en de jaren nul.
•Je kunt benoemen waar de populisten zich sterk voor maken.
De jaren zeventig en tachtig: de verzorgingsstaat onder druk
In de jaren zeventig had Nederland nog veel welvaart en ging het economisch goed. Maar tegen het einde van dat decennium en het begin van de jaren tachtig kwam hier verandering in. Steeds meer mensen raakten in de WAO (Wet arbeidsongeschiktheid) en de WW (Werkloosheidswet). Dit zijn twee uitkeringen die mensen ondersteunen als ze niet kunnen werken of geen werk hebben. De kosten voor de overheid van deze uitkeringen stegen enorm. Hierdoor begon men zich af te vragen of de uitkeringen niet omlaag moesten of dat de regels voor arbeidsongeschiktheid strenger moesten worden. De verzorgingsstaat moest dus worden beperkt om de kosten te drukken.

Het poldermodel: unieke samenwerking in Nederland
Vanaf de jaren negentig ging het gelukkig weer beter met de Nederlandse economie. Dit kwam vooral door globalisering, wat betekent dat landen en bedrijven wereldwijd steeds meer met elkaar verbonden zijn. Nederland heeft een belangrijke positie dankzij de haven van Rotterdam, die als toegangspoort tot Europa fungeert voor veel import en export van goederen.
Een ander kenmerk van Nederland is de overlegeconomie. Als werknemers ontevreden zijn over bijvoorbeeld hun loon of arbeidsvoorwaarden, gaan ze minder snel staken dan in andere landen. Dit komt doordat vakbonden (vertegenwoordigers van werknemers), de overheid en werkgevers met elkaar praten om oplossingen te vinden. Deze manier van samenwerken wordt het poldermodel genoemd. Het poldermodel is iets typisch Nederlands.
In het buitenland kijken ze bewonderend naar het poldermodel. Waar in andere landen lange stakingen hele sectoren lam kunnen leggen, wordt dit in Nederland voorkomen door overleg tussen vakbonden, werkgevers en de overheid. Deze manier van werken is uniek voor Nederland en zien ze in het buitenland bijna niet.
Politieke aardverschuiving in de jaren negentig: het paarse kabinet
De jaren negentig brachten een grote politieke verandering met zich mee. Voorheen zaten er veel confessionelen in de politiek. Dit waren mensen die hun politiek baseerden op hun geloofsovertuiging, ook wel confessie genoemd. Maar in de jaren negentig kreeg Nederland voor het eerst een kabinet zonder confessionelen. Dit kabinet werd gevormd door de liberalen en de socialisten en staat bekend als het paarse kabinet. De naam ‘paars’ komt van de kleuren: liberalen worden geassocieerd met blauw en socialisten met rood.

Opkomst van het populisme in de jaren 2000
Vanaf de jaren 2000 begon het populisme steeds meer op te komen in Nederland. Dit kwam mede doordat sommigen vonden dat de Nederlandse identiteit onder druk kwam te staan, en zij wezen migratie aan als de oorzaak hiervan.
Een van de bekendste populisten uit deze periode was Pim Fortuyn. Hij was bekend in de Rotterdamse politiek en richtte zijn eigen partij op: de Lijst Pim Fortuyn. Fortuyn stond bekend als welbespraakt en een goede debater, die mensen wist uit te dagen en voor het blok kon zetten. Hij gebruikte ook normale, alledaagse woorden, waardoor hij dicht bij het volk stond, ondanks dat hij hoogopgeleid was. Hij was heel kritisch op de islam en gebruikte daarbij zijn eigen homoseksualiteit om aan te tonen dat aanhangers van de islam hiertegen zouden zijn en dat dit gevaarlijk zou zijn voor Nederland. Pim Fortuyn werd vermoord door een klimaatactivist. Dit was een van de eerste politieke moorden in lange tijd in Nederland.
Maar het populisme verdween niet met de dood van Pim Fortuyn. Populisten vonden namelijk dat de politiek niet naar het volk luisterde en dat er een kleine groep mensen was die het altijd maar voor het zeggen had. Daarom werd in 2015 het raadgevend referendum ingevoerd. Hiermee kon het volk om advies worden gevraagd over belangrijke politieke kwesties. Dit was een grote overwinning voor de populisten. Het organiseren van een referendum kostte echter veel geld, onder andere voor stemlokalen en personeel. Uiteindelijk werd het raadgevend referendum in 2018 weer afgeschaft.
De kredietcrisis en de verzorgingsstaat opnieuw onder druk
In de jaren 2000 brak er een grote economische crisis uit, de kredietcrisis. Deze begon in 2008. Mensen zouden te veel geld hebben geleend bij banken, wat leidde tot een grote instorting van de economie.

Ook nu kwam de verzorgingsstaat weer ter discussie te staan. Er werd nagedacht over het verhogen van de pensioenleeftijd, omdat de AOW (Algemene Ouderdomswet) onbetaalbaar leek te worden. De pensioenleeftijd lag hiervoor veel lager dan nu en mensen werden steeds ouder. De AOW wordt betaald door de mensen die op dat moment werken. Tegelijkertijd daalde het geboortecijfer, waardoor er een grotere groep mensen was die niet meer werkte, en een kleinere groep mensen die wel werkte om dit te betalen. Volgens de politiek werkte dit niet en hierdoor stond de verzorgingsstaat opnieuw onder druk. Uiteindelijk werden er ook bezuinigingen doorgevoerd in de zorg, met name in de thuiszorg, om de gevolgen van de kredietcrisis op te vangen.












