Waarom was Stalin niet verbaasd over de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe de Sovjet-Unie controle behoudt over haar satellietstaten.
•Je kunt verklaren hoe meer kernbommen ervoor zorgen dat ze niet gebruikt worden.
•Je kunt uitleggen hoe Amerika de verspreiding van het communisme probeert tegen te gaan.
De angst voor de kernbom
De Koude Oorlog was een periode vol spanning, vooral door de ontwikkeling van kernbommen. Voordat de Koude Oorlog begon, ontwikkelde Amerika al kernwapens. Deze bommen werden uiteindelijk in Japan gebruikt, in de steden Hiroshima en Nagasaki. Veel mensen dachten dat de Sovjet-leider Stalin verrast zou zijn, maar dat was hij niet. Stalin had namelijk spionnen in de Verenigde Staten die hem informeerden over het Manhattan Project, waar deze bommen werden ontwikkeld.
De Sovjet-Unie wist dus al van het bestaan van deze wapens en begon zelf ook met het ontwikkelen ervan. In 1949 hadden zij hun eerste atoombom. De Sovjets hoopten hiermee te bereiken dat de Amerikanen hun kernbommen niet zouden gebruiken, uit angst voor een tegenaanval.
De wapenwedloop en Mutually Assured Destruction (MAD)
In de jaren vijftig ging de wapenwedloop een stap verder. Zowel de VS als de Sovjet-Unie ontwikkelden steeds meer bommen, die veel krachtiger waren dan die op Hiroshima en Nagasaki. Ze wilden allebei meer bommen dan de ander, wat zorgde voor een snelle toename van het aantal kernwapens.
De Amerikanen bedachten een afschrikkingsplan dat ze Mutually Assured Destruction noemden. Dit betekent 'verzekerde wederzijdse vernietiging'. De afkorting hiervan is MAD, wat in het Engels 'gek' betekent, en de tactiek was ook behoorlijk gek. Het plan hield in dat als de Sovjet-Unie één atoombom op Amerika zou afvuren, Amerika al zijn wapens op de Sovjet-Unie zou afvuren, om zo de vijand zeker te vernietigen. De Sovjets namen later dezelfde tactiek over. Dit zorgde ervoor dat geen van beide landen kernwapens durfde te gebruiken, omdat dit zou leiden tot de totale vernietiging van beide partijen.

Opstanden in het Oostblok
Niet iedereen in het Oostblok was het eens met de Sovjet-Unie en de communistische leiders van hun eigen land. Er ontstonden spanningen en opstanden, vooral in Hongarije en Tsjechoslowakije.
Hongarije (1956)
In 1956 kwamen in Hongarije studenten in opstand tegen de communistische regering. Ze wilden meer vrijheid, net als in het Westen. De Hongaarse communistische leider Imre Nagy beloofde verkiezingen te houden en het pas opgerichte Warschaupact te verlaten. De leider van de Sovjet-Unie, Nikita Chroesjtsjov, was woedend. Hij wilde niet dat Nagy de Sovjet-Unie negeerde en zette het Warschaupact in.
Het Warschaupact was een militair bondgenootschap van communistische landen, opgericht door de Sovjet-Unie. Het werkte anders dan de NAVO (de westerse tegenhanger). Bij de NAVO blijft het militaire materieel eigendom van de landen die het leveren. Maar bij het Warschaupact kwam al het materiaal in beheer van de Sovjet-Unie. Als Hongarije tanks leverde, waren dat vanaf dat moment Sovjet-tanks. Chroesjtsjov sloeg de opstand in Hongarije hard neer en Imre Nagy werd afgezet. Dit liet zien hoe de Sovjets omgingen met elke vorm van verzet.

De Berlijnse Muur (1961)
Ook in Berlijn waren er problemen. Duitsland was verdeeld in Oost- en West-Duitsland, en Berlijn was ook verdeeld, hoewel het volledig in Oost-Duitsland lag. West-Berlijn was een kapitalistisch 'eiland', omringd door communistisch Oost-Duitsland.
De verschillen tussen Oost- en West-Berlijn waren duidelijk zichtbaar: het Westen was veel welvarender en er was meer vrijheid. Veel mensen, vooral jongeren en rijke mensen, vluchtten van Oost-Berlijn of Oost-Duitsland naar West-Berlijn, en vandaaruit verder naar West-Duitsland. De Sovjets en de Oost-Duitse regering wilden dit stoppen, omdat ze veel slimme en rijke burgers verloren.
De oplossing was drastisch: in 1961 werd rond heel West-Berlijn een muur gebouwd, de zogenaamde Berlijnse Muur. Mensen die probeerden te ontsnappen, werden neergeschoten. De grensafscheiding bestond niet alleen uit de muur, maar was ook versterkt met prikkeldraad, een niemandsland met landmijnen en wachttorens met bewakers die de opdracht hadden te schieten. De muur had een speciaal, L-vormig ontwerp dat was ingegraven. Als een auto ertegenaan zou rijden, zou het gewicht van de auto de muur juist steviger op zijn plek duwen.

De Cubacrisis (1962)
In de jaren zestig liepen de spanningen verder op, culminerend in de Cubacrisis. Cuba is een eiland in de Caribische Zee, waar de communisten met Fidel Castro als leider aan de macht waren gekomen. Castro kreeg hulp van Chroesjtsjov om de Amerikanen, die hem probeerden te verdrijven, te verjagen. Als dank hiervoor liet Castro toe dat er Sovjet-kerninstallaties op Cuba werden gebouwd.

Amerika ontdekte dit via satellietbeelden. De toenmalige Amerikaanse president, John F. Kennedy, blokkeerde Cuba. De toenmalige Amerikaanse president, John F. Kennedy, stelde een zeeblokkade in rondom Cuba. Amerikaanse schepen hadden de opdracht om Sovjetschepen die de blokkade probeerden te doorbreken tegen te houden. De wereld stond op de rand van een kernoorlog. Op het allerlaatste moment keerden de Sovjet-schepen om. Er werd een geheime deal gesloten tussen de Amerikanen en de Sovjets, en vanaf dat moment verbeterde de relatie tussen de twee grootmachten langzaam. Er werd zelfs een directe hotline (telefoonverbinding) aangelegd tussen Washington en Moskou om sneller met elkaar te kunnen communiceren en misverstanden te voorkomen.
Amerika en de verspreiding van het communisme
Amerika probeerde actief de verspreiding van het communisme tegen te gaan, zowel in Europa als in Azië.
Communisme in Azië en de Vietnamoorlog
In Azië werd China communistisch in 1949 en Noord-Korea in 1953. Amerika was bang dat als één land communistisch werd, andere landen zouden volgen, net als dominostenen die omvallen. Dit noemden ze de domino-theorie.
Om deze theorie tegen te gaan, greep Amerika in in Indochina, een voormalige Franse kolonie. Dit leidde tot de Vietnamoorlog. Voor de VS begon deze oorlog in 1965 en eindigde in 1975 met een Amerikaanse nederlaag en de terugtrekking van de troepen.

De Praagse Lente (1968)
De spanningen in Europa hielden ook aan. In 1968, in Tsjechoslowakije (met name in de hoofdstad Praag), wilden mensen steeds meer vrijheid. Dit was een periode die bekendstaat als de Praagse Lente. Net als in Hongarije werden deze pogingen tot meer vrijheid door de Sovjet-Unie met een militaire invasie, gesteund door het Warschaupact, hard neergeslagen.












