Leerdoelen
•Je kunt benoemen welke drie groepen zich bezighielden met armenzorg.
•Je kunt benoemen hoe de elite dacht over liefdadigheid.
•Je kunt benoemen welke gevolgen slechte leefomstandigheden voor mensen hun gezondheid hadden.
Het verschil tussen armenzorg in de 19e eeuw en nu
Het grootste verschil tussen armenzorg (hulp aan mensen die arm zijn en geen middelen hebben om te leven) vroeger (in de 19e en in de 20e eeuw) en nu is dat het vroeger niet door de staat werd geregeld. Tegenwoordig is sociale zekerheid een recht dat de overheid nationaal regelt, terwijl het vroeger per stad of dorp anders was en als een gunst werd gezien.
Wat is sociale zekerheid nu en hoe was dat vroeger?
Sociale zekerheid is een systeem dat mensen beschermt tegen de financiële gevolgen van risico's zoals ziekte, werkloosheid, ouderdom en arbeidsongeschiktheid. Nu regelt de overheid (de instantie die een land of gebied bestuurt) dit en zorgt ervoor dat mensen recht hebben op een uitkering. Een uitkering is een geldbedrag dat mensen ontvangen ter ondersteuning, bijvoorbeeld bij werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, ziekte of pensioen.
Vroeger werd sociale zekerheid niet gezien als een recht (iets waar iedereen aanspraak op kan maken), maar als een gunst (iets wat je krijgt, maar waar je niet per se recht op hebt). De overheid bemoeide zich hier niet mee.
Welke groepen hielden zich bezig met armenzorg?
Vroeger werd armenzorg geregeld door de kerk of door particuliere verenigingen. Een particuliere vereniging is een organisatie die niet door de overheid wordt bestuurd. Deze groepen konden voorwaarden stellen aan de sociale zekerheid die zij gaven. De kerk wilde bijvoorbeeld dat mensen die hulp kregen, regelmatig naar de kerk gingen.
De elite over liefdadigheid
De elite (een kleine groep mensen met veel macht, rijkdom of invloed in de samenleving) vond dat arme mensen door hun eigen fouten arm waren geworden en opgevoed moesten worden. Zij waren tegen liefdadigheid, wat betekent dat je hulp geeft aan armen of behoeftigen zonder dat zij er iets voor terug hoeven te doen. Volgens de elite zou liefdadigheid armen alleen maar lui maken, omdat ze dan niet naar werk zouden zoeken als ze alles kregen wat ze nodig hadden.
Wat was de oplossing voor armoede volgens de elite?
De oplossing voor armoede lag volgens de elite in werkverschaffing. Werkverschaffing is het creëren van werkgelegenheid om werkloze mensen aan het werk te helpen. Particuliere verenigingen richtten werkverschaffingsprojecten op, niet alleen om de armen op te voeden, maar ook om hen te laten werken voor geld en een slaapplek. Een voorbeeld hiervan zijn de veenkoloniën die in het oosten van het land werden opgericht. Deze projecten moesten ervoor zorgen dat armen wilden blijven werken.
Particuliere verenigingen controleerden soms ook thuis. Mensen van de vereniging bezochten de huizen van arme mensen om advies te geven over hoe ze moesten leven. Ook werd gecontroleerd of er zuinig werd geleefd en of het geld niet werd uitgegeven aan bijvoorbeeld drank.
Slechte leefomstandigheden in de 19e eeuw
In deze tijd was de hygiëne (de maatregelen die worden genomen om ziekte te voorkomen door schoon te blijven) erg slecht. Hierdoor braken veel dodelijke ziektes uit. Mensen hadden over het algemeen slechte leefomstandigheden:
•woningen waren klein, vochtig en dicht op elkaar;
•gezinnen woonden vaak in één kamer, die dienst deed als keuken, woonkamer en slaapkamer;
•er was geen isolatie, riolering of waterleiding;
•vervuild drinkwater, vaak met ontlasting, maakte veel mensen ziek.

Wat waren de gevolgen van de slechte leefomstandigheden?
De slechte hygiëne en leefomstandigheden hadden ernstige gevolgen voor de gezondheid. Het sterftecijfer (het aantal sterfgevallen per duizend inwoners in een bepaalde periode) liep enorm op. De meeste mensen overleefden hun derde levensjaar niet, en er was een grote kans om voor je achttiende te sterven. Deze hoge kinderdood (het overlijden van kinderen, met name op jonge leeftijd) zorgde ervoor dat de gemiddelde leeftijd (de gemiddelde leeftijd waarop mensen in een bepaalde groep overlijden) in die tijd laag was, vaak rond de veertig jaar. Dit was een gemiddelde; als je na je achttiende nog leefde, was de kans groter dat je vijftig of zestig zou halen.
De slechte hygiëne leidde tot grote epidemieën (snelle verspreiding van een ziekte onder een groot aantal mensen). Vooral in grote steden grepen ziektes als cholera en tyfus om zich heen, veroorzaakt door vervuild drinkwater. Cholera en tyfus zijn ernstige infectieziekten die zich verspreiden via besmet voedsel of water. Door de hoge bevolkingsdichtheid (het aantal inwoners per vierkante kilometer) brak vaak tuberculose uit, een besmettelijke ziekte die zich verspreidt door hoesten. De kans was groot dat je aan deze ziektes zou sterven.



