Leerdoelen
ā¢Je kunt benoemen wat de situatie was in de wereld voor 1945.
ā¢je kunt uitleggen hoe het kan dat juist na de Tweede Wereldoorlog landen onafhankelijk worden.
De wereld vóór 1945: koloniën en koloniale machten
Voor de Tweede Wereldoorlog hadden Europese landen de macht over grote delen van de wereld. Dit noemen we kolonisatie. Ze stichtten overal koloniƫn en bestuurden deze gebieden en de mensen die er woonden.
Wat is kolonialisme?
Kolonialisme is een systeem waarbij een land (het 'moederland') een ander gebied buiten zijn eigen grenzen verovert en bestuurt, vaak met als doel grondstoffen te winnen of handel te drijven. De mensen in de koloniƫn hadden weinig tot niets te zeggen over hun eigen land.
Grote koloniale machten
Er waren verschillende Europese landen die grote koloniale rijken hadden. De belangrijkste waren:
ā¢Groot-BrittanniĆ«: dit was een van de grootste kolonisatoren ter wereld. Zij heersten over gebieden zoals Canada, Egypte, Zuid-Afrika, AustraliĆ« en India. In Afrika probeerden de Britten een rijk te creĆ«ren dat van noord naar zuid liep.
ā¢Frankrijk: Frankrijk was de tweede grote koloniale macht. Zij probeerden vooral van West- naar Oost-Afrika te koloniseren en bezaten onder andere Algerije. Dit leidde meerdere keren bijna tot oorlog met Groot-BrittanniĆ«.
ā¢Nederland: voor zo'n klein land was Nederland een vrij grote kolonisator. Delen van wat wij toen Nederlands-IndiĆ« noemden (het huidige IndonesiĆ«) en Suriname behoorden tot het Nederlandse koloniale rijk.
[Plaats hier een kaart van de wereld met de verschillende koloniale rijken vóór 1945, waarbij Groot-Brittannië, Frankrijk en Nederland in verschillende kleuren duidelijk zijn aangegeven.]
Op de kaart zie je bijvoorbeeld hoe Groot-Brittanniƫ grote delen van Afrika, Australiƫ en Brits-Indiƫ (het huidige India, Pakistan en Bangladesh) had gekoloniseerd. Frankrijk bezat onder andere Algerije, en Nederland had gebieden zoals Nederlands-Indiƫ en Suriname.

Voordelen van koloniƫn voor Europa
Het hebben van koloniƫn bracht veel voordelen met zich mee voor de Europese landen:
ā¢Aanzien: een land met veel koloniĆ«n had meer prestige en macht op het wereldtoneel.
ā¢Afzetmarkten: de koloniĆ«n vormden grote afzetmarkten voor de producten die in Europa door de industrialisatie werden geproduceerd. Europese landen konden hun spullen dus overal ter wereld verkopen.
ā¢Grondstoffen: koloniĆ«n waren rijk aan grondstoffen. In IndonesiĆ« werd bijvoorbeeld niet meer alleen naar specerijen gezocht, maar vooral naar olie en rubber, die hard nodig waren voor de Europese industrie.
De Tweede Wereldoorlog en de roep om onafhankelijkheid
Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de situatie drastisch. Europese landen waren verzwakt en konden hun koloniƫn niet langer vasthouden.
Verzwakte Europese landen
De Tweede Wereldoorlog was vooral in Europa uitgevochten. Veel Europese steden waren verwoest en de landen hadden grote financiƫle problemen. Ze hadden veel geld en aandacht nodig om hun eigen land weer op te bouwen. Hierdoor was er minder geld en militaire kracht beschikbaar om de koloniƫn te controleren.

Nieuwe ideeƫn over vrijheid en zelfbestuur
Tegelijkertijd ontstonden er in de koloniƫn zelf nieuwe ideeƫn. De rijkere jongeren uit de koloniƫn gingen vaak studeren in Europa. Daar kwamen ze in aanraking met ideeƫn over gelijkheid en zelfbeschikkingsrecht. Dit is het recht van een volk om zichzelf te besturen en zijn eigen toekomst te bepalen. Hoewel Europese landen deze ideeƫn in theorie steunden, pasten ze die in de praktijk niet toe op hun koloniƫn. De koloniale volken vonden dit niet eerlijk en wilden zelf de baas zijn in hun eigen land.
Aziƫ leidt de weg: eerste onafhankelijkheden
De koloniƫn in Aziƫ waren de eersten die hun onafhankelijkheid opeisten en kregen.
Indonesiƫ: de strijd om soevereiniteit
Twee dagen na het einde van de oorlog in Aziƫ, op 17 augustus 1945, riep Soekarno Indonesiƫ onafhankelijk uit. Nederland was het hier niet mee eens en probeerde door middel van militaire acties, de zogenoemde politionele acties, de macht terug te krijgen. Dit leidde tot een vernietigende oorlog. Pas in 1949, na druk van de Verenigde Staten, erkende Nederland de soevereiniteit (zelfstandigheid en hoogste gezag) van Indonesiƫ. De soevereiniteitsoverdracht werd toen getekend door koningin Wilhelmina.
Brits-Indiƫ: een land verdeeld
In 1946 werd Brits-Indiƫ onafhankelijk van Groot-Brittanniƫ. Dit land was ingewikkeld, omdat er zowel moslims als hindoes samenleefden. Om grote problemen te voorkomen werd besloten het land in drieƫn te splitsen:
ā¢India voor de Hindoestanen.
ā¢Pakistan en Bangladesh voor de moslims. Zo ontstonden er nieuwe staten in de wereld.

Frans-Indochina: oorlog voor onafhankelijkheid
Ook in Frans-Indochina (het huidige Vietnam, Laos en Cambodja) wilden de koloniƫn onafhankelijk worden. Dit leidde tot een verwoestende oorlog in 1954, waarna Vietnam, Laos en Cambodja hun onafhankelijkheid behaalden.
Hoe landen onafhankelijk werden
De dekolonisatie kon op verschillende manieren plaatsvinden:
1.Vreedzaam
2.Door middel van oorlog.
Vreedzame dekolonisatie
Soms verliep de dekolonisatie via een vreedzaam proces. Een goed voorbeeld hiervan is Brits-Indiƫ. Onder leiding van Mahatma Gandhi weigerden de Hindoestanen mee te werken met het Britse systeem. De Britten waren bang voor een oorlog en gaven uiteindelijk de soevereiniteit op.

Dekolonisatie door oorlog
In andere gevallen leidde de dekolonisatie tot een oorlog. Zoals eerder genoemd, erkende Nederland de onafhankelijkheid van Indonesiƫ niet en probeerde het via de politionele acties de macht terug te krijgen. Dit lukte uiteindelijk niet, mede door druk van de Verenigde Staten.

De rol van supermachten in de dekolonisatie
Na de Tweede Wereldoorlog waren de Europese landen hun positie als supermachten kwijtgeraakt. Twee nieuwe supermachten kregen veel invloed in de wereld:
ā¢De Sovjetunie: dit land wilde graag dat koloniĆ«n onafhankelijk werden, omdat dit goed paste binnen zijn communistische ideologie. Het communisme streefde naar gelijkheid en verzet tegen onderdrukking.
ā¢Amerika: ook Amerika wilde dat koloniĆ«n onafhankelijk werden, omdat dit aansloot bij hun ideeĆ«n over vrijheid en zelfbeschikkingsrecht.
Beide landen wilden ook hun invloedssfeer uitbreiden; dit zijn de landen waar zij politieke druk op konden uitoefenen en waar hun ideeƫn populair werden.
Dekolonisatie in Afrika
De dekolonisatie in Afrika verliep iets langzamer dan in Aziƫ.
ā¢In 1956 werd Marokko onafhankelijk.
ā¢Een paar jaar later, in 1962, werd ook Algerije onafhankelijk van Frankrijk. Nog steeds spreken veel oudere mensen in beide landen Frans als tweede taal.
ā¢Vanaf 1975 waren uiteindelijk de meeste Afrikaanse landen onafhankelijk.
Toch zorgde de onafhankelijkheid niet altijd voor een einde aan de problemen. Veel landen in Afrika hadden te maken met nieuwe uitdagingen na de dekolonisatie.

Waarom discussiƫren we nu nog steeds over dekolonisatie?
De dekolonisatie is al lang geleden, maar toch wordt er nu nog steeds veel over gediscussieerd. Dit komt doordat Europese landen eeuwenlang andere volken hebben onderdrukt. Dit ligt heel gevoelig bij veel mensen. Er wordt vooral gesproken over:
ā¢Mogelijke excuses die Europese landen zouden moeten maken voor het leed dat is aangedaan.
ā¢Herstelbetalingen voor de schade en het leed die de koloniale volken hebben ervaren.
Deze discussies laten zien dat het verleden van kolonialisme nog steeds een belangrijke rol speelt in de wereld van vandaag.












