- Chemische industrie
- De industrie die zich richt op de productie van chemicaliën, zoals kunstmest, wat de landbouw ten goede komt tijdens de industrialisatie.
- Dienstensector
- De economische sector die diensten levert in plaats van goederen produceert, en die enorm groeit tijdens de industrialisatie door de vraag naar onderzoekers, onderwijzers en administratie.
- Huisnijverheid
- De productie van goederen, zoals textiel, door mensen in hun eigen huis, die afneemt door de opkomst van fabrieken en machines.
- Industrialisatie
- Het proces waarbij een land of regio overgaat van een agrarische samenleving naar een industriële samenleving, vaak gekenmerkt door de opkomst van fabrieken en machines.
- Mechanisatie (landbouw)
- Het proces waarbij machines handarbeid in de landbouw vervangen, wat leidt tot efficiëntie maar ook tot werkloosheid onder boerenknechten.
- Scheepsbouw
- De industrie die grote schepen bouwt, wat enorm profiteert van de industrialisatie en belangrijk is voor handel en het transport van grondstoffen.
- Stoommachine
- Een machine, verbeterd door James Watt, die stoom gebruikt om werk te verrichten en de industrialisatie aanjaagt door snellere productie mogelijk te maken.
- Toegangspoort door Europa
- De strategische positie van een haven, zoals die van Rotterdam, die door zijn ligging een centrale rol speelt in de handel en bevoorrading van Europa.
- Transportrevolutie
- Een periode van snelle verbeteringen in transport, zoals de aanleg van kanalen en spoorlijnen, die het vervoer van grondstoffen en producten versnelt en de industrialisatie stimuleert.
- Verbrandingsmotor
- Een motor die werkt op olie en efficiënter en sneller is dan de stoommachine, wat de industrialisatie in een stroomversnelling brengt vanaf 1895.
- Voedingsmiddelenindustrie
- De sector die zich bezighoudt met het verwerken en conserveren van voedsel, zoals het inblikken van conserven, wat leidt tot een gevarieerder dieet en langer houdbare producten.