Welk land was het voorbeeld voor Nederland bij industrialisatie?
Leerdoelen
•Je kunt noemen welk land het voorbeeld was voor Nederland bij industrialisatie.
•Je kunt uitleggen waarom de transportrevolutie de industrialisatie aanjaagt.
•Je kunt twee positieve en twee negatieve gevolgen van de industrialisatie voor de mens noemen.
Waarom kwam de industriële revolutie in Nederland later op gang?
De industrialisatie is het proces waarbij landen overstappen van handmatige productie naar massaproductie met machines. Deze ontwikkeling begon rond 1760 in Groot-Brittannië, met de verbeterde stoommachine van James Watt als belangrijkste aanjager.
De industriële revolutie in Nederland begon laat, pas rond 1865. Dit was ruim 100 jaar later. Dit kwam doordat investeerders afhoudend waren en de opbrengsten van de industrie onzeker vonden. Ze verdienden al genoeg met landbouw en handel. Ook had Nederland veel minder steenkool in de bodem, wat de belangrijkste energiebron was voor de vroege industrie.

Transportrevolutie en de industrialisatie
Koning Willem I zag wel het belang van industrialisatie. Hij stimuleerde de bouw van kanalen en spoorlijnen om de welvaart in Nederland te vergroten en gebieden beter met elkaar te verbinden. Dit leidde tot een transportrevolutie, de snelle ontwikkeling van transportmiddelen. Binnenvaartschepen voeren door kanalen. Treinen reden op spoorlijnen. Vervoer ging hierdoor vele malen sneller.
Voor deze transportrevolutie waren grondstoffen zoals staal en kolen nodig. Machines werden van staal gemaakt en werkten op kolen. Stoomtreinen werkten ook op kolen. Deze behoefte aan grondstoffen en machines zorgde ervoor dat de transportrevolutie de industrialisatie alleen maar meer aanjoeg.
Welke rol had de textielindustrie?
De textielindustrie in Twente en Brabant omarmde de industrialisatie als eerste. Machines produceerden hier veel sneller dan mensen, waardoor de productie minder arbeidsintensief werd. Prijzen daalden hierdoor.
Een gevolg was dat de huisnijverheid, de productie van goederen zoals laken of textiel door mensen in hun eigen huis, afnam. Mensen die thuis textiel maakten, verloren hun inkomen. Soms konden zij in fabrieken werken, maar dit was lang niet altijd het geval.
Welke ontwikkelingen versnelden de industrialisatie na 1895 en welke gevolgen hadden deze ontwikkelingen voor Nederland?
Ontwikkelingen voor de industrialisatie
Vanaf de negentiende eeuw (1895) kwam de industriële revolutie in Nederland in een stroomversnelling. Dit kwam door de overstap naar verbrandingsmotoren. Olie werd gevonden in de koloniën, vooral in Nederlands-Indië. Verbrandingsmotoren werkten op olie en waren sneller en efficiënter dan stoommachines.
Diverse industrieën begonnen te investeren:
•Voedingsmiddelenindustrie: deze industrie begon met het inblikken van voedingsmiddelen, ook wel conserven genoemd. Hierdoor konden mensen een gevarieerder dieet hebben. Voedingsmiddelen bleven ook langer goed.
•Chemische industrie: kunstmest werd uitgevonden, waardoor ook de landbouw profiteerde van de industrialisatie.
•Scheepsbouw: grote schepen werden gebouwd. Deze schepen werden verkocht aan andere landen voor veel geld of gebruikt voor eigen gebruik, bijvoorbeeld om olie uit de koloniën te halen.

Gevolgen van de industrialisatie voor Nederland en de mensen
De industrialisatie had verschillende gevolgen voor het volk in de 19e eeuw:
•Groei van de dienstensector: er waren niet alleen meer arbeiders nodig, maar ook mensen die diensten verleenden. Voorbeelden zijn: onderzoekers om producten te verbeteren, onderwijzers en administratief personeel voor een goed verloop in de fabrieken.
•Bevolkingsgroei: dit kwam door betere voorzieningen. Er was betere hygiëne en betere voedingsmiddelen. Minder mensen stierven hierdoor.
•Rotterdam als toegangspoort: de haven van Rotterdam en het achterland konden vrijwel heel Europa bevoorraden. Rotterdam lag strategisch voor de handel.
•Efficiëntere landbouw: mechanisatie, het gebruik van machines om werk te doen, in de landbouw zorgde voor werkloosheid onder boerenknechten. Zij hoefden het werk niet meer te doen, want dat deden nu machines. Deze boerenknechten verhuisden vervolgens naar de stad, waar wel werk was.












