Bron
De econoom H.W. Tydeman schrijft in 1820 een studie over de vraag of de overheid het gebruik van machines in de nijverheid moet bevorderen of tegengaan. Daarin zegt hij
De machines, om het even of dieren, of stoom, of wind of water de raderwerken aandrijven, doden de nijvere werkzaamheid van duizenden huisgezinnen, en daarmee hun levensgenot. Ja veelal, helaas! het zedelijk gevoel en de menselijke beschaving van hen en hun kinderen. (...)
Zo van nuttige producenten verlaagd tot alleen maar consumenten, worden zij, onschuldig en zonder dat zij er iets aan kunnen doen, een bezwaar en tot een verrot lid voor de maatschappij, die zij hielpen en deden bloeien. (…) De regering weet dat door de vrijheid, die zij aan de nijverheid geeft, het gebruik van machines meer algemeen gaat worden. Zij kent de voordelen daarvan, maar zij kent ook de directe nadelen van het afdanken van arbeiders. Door het
treurige lot van deze klasse bewogen, kan zij voor een deel zelf maatregelen nemen en voor een ander deel plannen bedenken waardoor of door de klasse der arbeiders zelf, of door de fabrikanten of door de meest bemiddelde burgers in het algemeen, voorzorgen getroffen worden voor zulke omstandigheden. (...)
Gebruik de bron
In deze tekst van H.W. Tydeman komen twee opvattingen uit de negentiendeeeuwse discussie over de sociale kwestie naar voren:
1 De industrialisatie is de oorzaak van de sociale kwestie.
2 De industrialisatie zal leiden tot een grotere rol van de overheid.
Toon dit aan door per opvatting (4p):
• een argument te noemen om die opvatting te ondersteunen en
• aan te geven hoe die opvatting in de bron naar voren komt.















