Wat betekende het einde van de schoolstrijd voor het onderwijs in Nederland?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen waardoor Nederland een partijendemocratie werd.
•Je kunt verklaren waarom de NSB (Nationaalsocialistische Beweging) nooit groot werd in Nederland.
•Je kunt uitleggen welke invloed de Duitse bezetting had op de Nederlandse democratie.
De belangrijkste ontwikkelingen in de Nederlandse democratie in het interbellum
In de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog, het interbellum, vonden belangrijke veranderingen plaats in de Nederlandse democratie. Na de Eerste Wereldoorlog werden enkele cruciale wetten aangepast. Een belangrijke verandering was het einde van de schoolstrijd. Dit betekende dat openbare en bijzondere scholen financieel gelijkgesteld werden. Bijzondere scholen zijn scholen met een specifieke religieuze overtuiging of onderwijsfilosofie, zoals protestantse of katholieke scholen. Deze gelijkstelling versterkte de bestaande verzuiling, de verdeling van de maatschappij in vier levensbeschouwelijke groepen: katholieken, protestanten, liberalen en socialisten. Door de financiële gelijkstelling konden meer mensen hun kinderen naar scholen sturen die aansloten bij hun eigen zuil en ideeën.
Hoe werden kiesrecht en kiesstelsel in Nederland aangepast?
Tegelijkertijd met het einde van de schoolstrijd werd het kiesrecht uitgebreid. Dit was het resultaat van een politieke deal tussen seculiere partijen (liberalen en socialisten), die uitbreiding van het kiesrecht wilden, en confessionele partijen (katholieken en protestanten), die de gelijkstelling van bijzondere scholen wensten.
•In 1917 werd het algemeen kiesrecht voor mannen ingevoerd, wat betekende dat alle volwassen mannen mochten stemmen.
•Twee jaar later, in 1919, werd het algemeen kiesrecht ook voor vrouwen ingevoerd. Hiermee mochten alle volwassen Nederlandse burgers stemmen.
Een andere belangrijke aanpassing in het politieke systeem was de overgang van een districtenstelsel naar evenredige vertegenwoordiging.
•Districtenstelsel: voorheen kreeg de kandidaat met de meeste stemmen in een specifiek district de zetel in de Tweede Kamer. Stemmen op andere kandidaten in dat district gingen verloren.
•Evenredige vertegenwoordiging: vanaf nu tellen alle stemmen in Nederland even zwaar, ongeacht waar ze zijn uitgebracht. Eén procent van de stemmen in het hele land levert één procent van de zetels in de Tweede Kamer op.
Wie profiteerden van deze politieke veranderingen?
De confessionele partijen profiteerden het meest van de uitbreiding van het kiesrecht en de invoering van evenredige vertegenwoordiging.
•Vrouwen, die vanaf 1919 mochten stemmen, stemden overwegend op confessionele partijen.
•Meer arbeiders, die door het algemeen kiesrecht voor mannen vanaf 1917 ook mochten stemmen, stemden op confessionele partijen dan verwacht, in plaats van op de sociaaldemocratische SDAP.
Nederland een partijendemocratie
Door de nieuwe kieswetten en het nieuwe kiesstelsel ontwikkelde de Nederlandse politiek zich tot een partijendemocratie. In een partijendemocratie is de politieke partij belangrijker dan de individuele politicus.
•Politici vertegenwoordigen niet langer de belangen van een district, maar die van hun partij in het hele land.
•Leden van dezelfde politieke partij vormen samen een fractie in de Tweede Kamer.
•Individuele politici maken vaak hun persoonlijke mening ondergeschikt aan het standpunt van hun partij. Dit leidde tot een toename van partijpropaganda, die zich richtte op het stemmen op een specifieke partij in plaats van op een bepaalde politicus.

Waarom kregen extremistische partijen in Nederland weinig succes?
In het interbellum ontstonden ook extremistische partijen, zoals de CPN (Communistische Partij Nederland, extreemlinks) en de NSB (extreemrechts) onder leiding van Anton Mussert. Deze partijen werden populairder als gevolg van de economische crisis die in 1929 in Amerika begon en zich in de jaren dertig naar Nederland verspreidde. Ondanks deze toegenomen populariteit behaalden zij bij Tweede Kamerverkiezingen maximaal vier van de destijds honderd zetels. Hun beperkte succes had verschillende oorzaken:
•Verzuiling: de meeste mensen waren gewend om op partijen binnen hun eigen zuil te stemmen, waar de extremistische partijen buiten vielen.
•Verboden lidmaatschap: het lidmaatschap van extremistische partijen, zoals de CPN en NSB, werd verboden voor ambtenaren. Daarnaast verboden kerken specifiek het lidmaatschap van de NSB voor hun leden.
•Sterke leider: Anton Mussert van de NSB probeerde zich te profileren als een sterke leider. Echter, de toenmalige premier Hendrikus Colijn van de ARP (een protestantse partij) werd door veel mensen al gezien als een sterke leider. Colijn had een militair verleden in Nederlands-Indië en stond bekend als hard en sterk, waardoor Mussert moeilijk kon doorbreken.
Welke invloed had de Duitse bezetting op de Nederlandse democratie?
Uiteindelijk werd Nederland een totalitaire staat, maar dit gebeurde niet onder leiding van de NSB. De Duitse inval op 10 mei 1940 zorgde hiervoor. Koningin Wilhelmina en haar ministers vluchtten naar Londen. De Duitse bezetter schafte de democratie in Nederland af. De NSB was de enige politieke partij die mocht blijven bestaan, maar de werkelijke macht lag bij de nazi’s. De leiding in Nederland kwam in handen van de Oostenrijkse nazi Arthur Seyss-Inquart. Hiermee werden de rechtsstaat en democratie in Nederland uitgeschakeld.















