Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe Adolf Hitler aan de macht kwam in Duitsland.
•Je kunt minimaal drie kenmerken van het nationaalsocialisme benoemen en beschrijven.
•Je kunt het belangrijkste verschil tussen nationaalsocialisme en fascisme uitleggen.
Duitsland na de Eerste Wereldoorlog
Na de Eerste Wereldoorlog was Duitsland een heel arm land. Het Verdrag van Versailles, dat na de oorlog werd gesloten, had grote gevolgen voor de Duitse economie. Duitsland moest namelijk hoge herstelbetalingen doen aan landen zoals België en Frankrijk. Daarnaast moest het land grote gebieden afstaan aan onder andere Polen, Frankrijk, België en Denemarken.
Duitsland mocht na de oorlog ook nog maar een heel klein leger hebben. Deze situatie leidde in 1922 tot een hyperinflatie. Dit betekent dat het geld razendsnel zijn waarde verloor. Mensen hadden kruiwagens vol geld nodig om bijvoorbeeld een brood te kopen. Deze economische crisis werd uiteindelijk opgelost door de Verenigde Staten. Zij kwamen met het Dawesplan, waardoor Duitsland geld kon lenen van de Amerikanen om de herstelbetalingen te blijven doen.
De opkomst van de NSDAP en Adolf Hitler
In deze moeilijke tijd ontstond een nieuwe politieke partij: de NSDAP. Dit staat voor de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij. Deze partij had een aantal duidelijke ideeën en plannen om Duitsland weer sterk te maken:
•Ze wilden stoppen met de herstelbetalingen.
•Ze wilden weer een groot leger opbouwen.
•Ze vonden dat Duitsland alleen nog maar voor Duitsers mocht zijn. De ideeën van de NSDAP gingen direct in tegen de afspraken van het Verdrag van Versailles.

Adolf Hitler werd in 1921 de leider van de NSDAP. Vanaf dat moment liet hij zich Führer noemen, wat het Duitse woord voor leider is.

Kenmerken van het nationaalsocialisme
Het nationaalsocialisme zoals dat door Hitler en de NSDAP werd gepresenteerd, had een aantal duidelijke kenmerken:
•Antidemocratisch: de nationaalsocialisten wilden niet meewerken aan een democratie. Zij zagen democratie alleen als een middel om zelf aan de macht te komen, waarna ze het systeem wilden afschaffen.
•Sterke en charismatische leider: er was één leider (de Führer) die alle beslissingen nam en altijd gelijk had. Deze leider inspireerde de bevolking en vertelde hen wat er moest gebeuren.
•Extreem nationalistisch: nationaalsocialisten vonden alles aan Duitsland en alle Duitsers geweldig. Andere volken werden als minderwaardig gezien en pasten volgens hen niet in het Duitse rijk.
•Gewelddadig: politieke vijanden werden aangepakt door speciale knokploegen. Eerst was dit de Sturmabteilung (ook wel de Stormafdeling of de Bruinhemden genoemd, afgekort SA). Later werd dit de SS.

•Vreemdelingenhaat/racistisch: de nationaalsocialisten waren extreem racistisch, vooral tegen Joden, reizigers (zigeuners) en andere mensen die niet als 'pure' Duitsers werden gezien. Duitsland moest alleen voor Duitsers zijn.
Hoe Hitler aan de macht kwam
In 1932 werd de NSDAP de grootste partij van Duitsland. Zij kregen 37,3% van de stemmen. Dat was nog geen absolute meerderheid, dus er moest een coalitie gevormd worden. Toch benoemde de toenmalige president van Duitsland, Paul von Hindenburg, Adolf Hitler in 1933 tot rijkskanselier. Als rijkskanselier had Hitler al veel macht.

Zodra Hitler aan de macht was, begon hij direct met het uitvoeren van zijn plannen:
•Hij ontbond de Rijksdag (het Duitse parlement, vergelijkbaar met de Tweede Kamer in Nederland), waardoor die ophield te bestaan.
•Alle andere politieke partijen werden direct verboden. Alleen de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij mocht nog bestaan.
•Heel Duitsland werd gelijkgeschakeld, een proces dat Gleichschaltung wordt genoemd. Dit betekende dat in elke organisatie in Duitsland (zoals scholen, vakbonden, kranten en omroepen) mensen van de nazi's in het bestuur kwamen te zitten. Hierdoor moest elke organisatie naar de nationaalsocialisten luisteren en hun ideeën verspreiden.
Verdere maatregelen en onderdrukking
Niet lang na zijn machtsovername nam Hitler nog meer ingrijpende maatregelen:
•1934: de Nacht van de Lange Messen: Hitler vond dat de SA, zijn eigen knokploeg, te veel macht had gekregen. Daarom liet hij de leiders en veel leden van de SA op brute wijze vermoorden. De SA werd vervangen door de SS, die trouwer was aan Hitler persoonlijk.
•1935: de Rassenwetten van Neurenberg: deze wetten ontnamen Joodse mensen hun burgerrechten. Ze mochten bijvoorbeeld niet meer trouwen met niet-Joodse Duitsers en verloren hun Duitse nationaliteit. Deze wetten vormden een belangrijke stap in de discriminatie en vervolging van Joden.
Verschil tussen nationaalsocialisme en fascisme
Het nationaalsocialisme en het fascisme (een politieke beweging die in Italië ontstond) lijken op elkaar en zijn aan elkaar verwant. Beide hebben een sterke leider, zijn antidemocratisch, gewelddadig en nationalistisch.
Het grootste verschil is dat het nationaalsocialisme per definitie racistisch is. De raciale ideeën, vooral het geloof in een superieur 'Arisch ras' en de haat tegen Joden, waren een kernonderdeel van het nationaalsocialisme. Bij fascisme hoeft racisme niet per se een hoofdonderdeel te zijn.













