Wat bedoelde Adolf Hitler met Untermenschen en Ubermenschen?
Adolf Hitler aan de macht
In 1933 werd Adolf Hitler de leider van Duitsland. Zijn beloften om de werkloosheid te stoppen en Duitsland terug naar zijn oude glorie te brengen na de nederlaag in de Eerste Wereldoorlog, droegen bij aan zijn machtsovername. Hitler wilde dat Duitsland stopte met het betalen van geld aan andere landen, een verplichting vanwege hun verlies in de Eerste Wereldoorlog. Dit was zo bepaald in het Verdrag van Versailles. Zijn doel was om van Duitsland weer een sterk, zelfstandig en onafhankelijk rijk te maken.

Hitler beschuldigde bepaalde groepen, inclusief politici die voor democratie waren en de Joden, van het veroorzaken van alle problemen en de economische crisis in Duitsland. Deze beschuldigingen kwamen voort uit zijn racistische ideeën en antisemitisme. Antisemitisme is een ongegronde haat tegen Joden. Deze foute gedachten waren de basis voor veel van Hitlers regels en acties.
Vestiging van een totalitaire staat
Met de invoering van de Machtigingswet in 1933 verkreeg Hitler de macht om zonder tussenkomst van het parlement te regeren, wat resulteerde in het einde van de democratie in Duitsland. Als leider van de Nationaalsocialistische Partij vestigde Hitler een totalitaire staat gekenmerkt door één partij, één leider, en geen ruimte voor oppositie.
Centrale principes van het nationaalsocialisme
•Leidersbeginsel: Het idee dat een organisatie of land door één persoon moet worden geleid, die door iedereen gehoorzaamd moet worden
•Nationalisme: Een sterke trots en voorkeur voor het eigen land en zijn belangen.
•Lebensraum: Het nastreven van extra leefruimte voor het Germaanse ras.
•Militarisme: De bouw aan een sterk en machtig leger, ondanks beperkingen opgelegd door het Verdrag van Versailles.
•Anticommunisme: Uitgesproken tegenstand tegen het communisme.
•Racisme en Antisemitisme: Het promoten van jodenhaat en raciale superioriteit als centrale onderdelen van de beleidsvorming.
Effecten op de Duitse samenleving
Onder Hitler's regime werden mensen, en vooral jongeren, intensief onderwezen in zijn nationaalsocialistische ideeën.Dit proces wordt indoctrinatie genoemd, waarbij mensen zo beïnvloed worden dat ze bepaalde ideeën accepteren zonder er kritisch over na te denken. Wie het niet met hem eens was, kon eindigen in een concentratiekamp, waardoor veel mensen uit angst niet durfden tegen te spreken.
Ondanks deze onderdrukking zagen sommige mensen in Duitsland toch positieve veranderingen, zoals het einde van de herstelbetalingen aan andere landen. Ook kwamen er meer banen door verplichte militaire dienst en bouwprojecten voor het leger en snelwegen. En Hitler wilde een traditioneler gezinsleven promoten, waardoor vrouwen ontslagen werden om weer huisvrouwen te worden."
Uitsluiting van Joden
Het uitsluiten van Joden door Hitler begon onmiddellijk nadat hij aan de macht kwam. In 1933 mochten Joden bepaalde plekken zoals bioscopen, theaters en parken niet meer in. In 1935 ging Hitler nog een stap verder met de Nuremberger Rassenwetten. Deze wetten maakten het officieel dat Joden minder rechten hadden. Zo mochten Joden bijvoorbeeld niet meer werken in overheidsfuncties en was trouwen tussen Joden en niet-Joden verboden. Hitler en zijn regering probeerden de Joden helemaal apart te zetten van de rest van de samenleving. Dit was slechts het begin van veel ergere gebeurtenissen, zoals besproken in de les over 'De Duitse bezetting en de Jodenvervolging'.
Ambities van het nationaalsocialisme
Samenvattend wilde Hitler met het nationaalsocialisme de verwezenlijking van een vermeend superieur “Germaanse ras” door het creëren van lebensraum ten koste van andere rassen, die hij als inferieur beschouwde. Deze ideologie streefde naar een machtig en etnisch gezuiverd Duitsland.














