Leerdoelen
•Je kunt beschrijven hoe Benito Mussolini aan de macht kwam.
•Je kunt minimaal drie kenmerken van het fascisme benoemen.
Italië na de Eerste Wereldoorlog
Na de Eerste Wereldoorlog was Italië een land in zware problemen. Hoewel Italië uiteindelijk tot de overwinnaars behoorde, brak er een grote economische crisis uit. Veel soldaten die terugkwamen van het front raakten werkloos en hadden moeite om hun plek in de samenleving weer te vinden.
Italië had tijdens de oorlog een bijzondere rol gespeeld. Ze begonnen de oorlog aan de kant van de Centralen, maar stapten later over naar de geallieerden, ook wel de Triple Entente genoemd. Ondanks de overwinning was er veel onvrede onder de bevolking. Italië wilde na de oorlog graag uitbreiden op de Balkan, ten koste van Oostenrijk-Hongarije. De geallieerden hielden dit echter tegen en Italië mocht de nieuwe staten op de Balkan niet toevoegen aan hun grondgebied. Hoewel Italië mocht meepraten tijdens de onderhandelingen over het Verdrag van Versailles, vonden de Italianen dat ze veel te weinig beloning hadden gekregen voor hun inspanningen en opofferingen in de oorlog. Dit zorgde voor een grote ontevredenheid onder de bevolking.
Benito Mussolini en de opkomst van het fascisme
In deze onrustige tijd kwam Benito Mussolini op. Hij stichtte in 1921 zijn fascistische partij. Er bestond al een fascistische beweging, maar die bestond uit meerdere kleine groepjes. Vanaf 1921 werd het één grote partij.

Mussolini als Il Duce
Benito Mussolini liet zichzelf Il Duce noemen, wat 'de leider' betekent. Hij transformeerde Italië in een dictatuur, waarin zijn wil wet was en hij als de enige waarheid werd gezien.
Kenmerken van het fascisme
De fascisten hadden een aantal duidelijke kenmerken:
•Antidemocratisch: de fascisten wilden eigenlijk geen onderdeel zijn van een democratisch systeem. Mussolini deed uiteindelijk wel mee aan verkiezingen om de democratie van binnenuit te gebruiken en af te breken.
•Nationalistisch: de fascisten waren erg nationalistisch en vonden dat Italië altijd op de eerste plaats moest komen. Ze moedigden mensen aan om alleen Italiaanse producten te kopen en niet het buitenland te steunen. Het welzijn van Italië en de Italianen stond centraal.
•Geloof in een sterke leider: de fascisten geloofden in een krachtige, charismatische leider die precies wist wat er moest gebeuren. Naar deze leider moest je altijd luisteren.
•Gewelddadig: de fascisten waren erg gewelddadig. Ze hadden knokploegen, de zogenaamde Zwarthemden, die politieke vijanden belaagden. Deze groepen waren herkenbaar aan hun zwarte shirts.

De Mars op Rome
In 1921 deden de fascisten voor het eerst mee aan de verkiezingen en kwamen ze in het parlement. Ze vormden zelfs een coalitie met nationalisten en liberalen, ondanks hun antidemocratische ideeën. Dit was een opvallende stap.
In 1922 organiseerden de fascisten de Mars op Rome. Dit was een grote demonstratie om hun onvrede over de regering te uiten. De Mars op Rome werd een belangrijk symbool van kracht voor de fascisten, waarmee ze lieten zien waartoe ze in staat waren.

Italië wordt een totalitaire staat
In 1925 greep Mussolini alle macht in Italië. Andere politieke partijen werden verboden. Politieke tegenstanders, zoals socialisten, katholieken en liberalen, werden vervolgd en berecht. Mussolini wilde dat Italië onafhankelijk werd van het buitenland, en stond daarom alleen nog Italiaanse producten toe.
Italië veranderde van een constitutionele monarchie, een land waar de koning gebonden is aan een grondwet, in een dictatuur. In een dictatuur moet iedereen luisteren naar de leider, en die leider heeft altijd gelijk.
Propaganda in Italië
Mussolini maakte veel gebruik van propaganda om zijn ideeën te verspreiden en de bevolking te beïnvloeden. Kenmerken van de Italiaanse propaganda waren:
•De leider prominent afgebeeld: Mussolini stond altijd groots en krachtig afgebeeld, vaak als een soort legerleider.
•De leider heeft altijd gelijk: de boodschap was dat je altijd naar de leider moest luisteren, omdat hij het beste met iedereen voorhad en nooit loog.
•Het belang van Italië staat voorop: het welzijn van Italië was het allerbelangrijkste. Andere landen werden vaak als vijandig of negatief afgeschilderd.
•Verheerlijking van geweld: geweld werd in de propaganda verheerlijkt, vooral als het gericht was tegen vijanden van de staat, zoals de socialisten, liberalen en soms ook katholieken.














