Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat de term verzuiling inhoudt;
•Je kunt verschillende manieren noemen waarop de Nederlandse regering de crisis in de jaren dertig probeerde te beperken.
De Nederlandse samenleving
De Nederlandse bevolking was vroeger geen eenheid. Er waren verschillende groepen die zich van elkaar hadden afgescheiden. Dit deden zij op basis van hun geloof of politieke ideeën. Elk van deze groepen had zijn eigen organisaties, zoals:
•Een vakbond
•Eigen radio- en later tv-omroepen
•Eigen kranten
•Eigen scholen
•Zelfs eigen winkels
Je kunt het je nu misschien niet voorstellen, maar als je katholiek was, ging je bijvoorbeeld niet zomaar naar een protestantse bakker, zelfs als die lekkerder brood had. Mensen leefden eigenlijk langs elkaar heen. Dit systeem noemen we verzuiling.
De vier zuilen in Nederland
Er waren vier belangrijke groepen (zuilen) in Nederland. Deze waren onder te verdelen in zuilen op basis van geloof en zuilen op basis van politieke ideeën.
•Op basis van geloofsovertuiging (confessionelen):
•De katholieken
•De protestanten
•Op basis van politieke overtuiging:
•De liberalen: zij waren eigenlijk tegen verzuiling, maar werden uiteindelijk toch een eigen zuil.
•De socialisten

De crisis van de jaren dertig
In de jaren dertig van de vorige eeuw brak er een grote economische crisis uit. Deze crisis begon in 1929 in de Verenigde Staten en verspreidde zich via Duitsland over Europa, dus ook naar Nederland.
De crisis bereikt Nederland
De werkloosheid in Nederland steeg explosief. Voor de crisis was er nauwelijks werkloosheid, maar in 1930 waren er plotseling een kwart miljoen (250.000) mensen werkloos. Dit had grote gevolgen voor de Nederlandse bevolking.
Overheidssteun en het stempelkantoor
Werklozen werden niet aan hun lot overgelaten. Zij kregen een kleine uitkering, ook wel overheidssteun genoemd. Maar deze steun kregen ze niet voor niets. Ze moesten hiervoor twee keer per dag een stempel halen op een stempelkantoor.
Dit stempelen gebeurde op onregelmatige tijden. Het kon zijn dat je 's ochtends om zeven uur moest stempelen en dan te horen kreeg dat je om één uur 's middags opnieuw moest komen. De volgende dag moest je misschien om negen uur komen en dan pas om drie uur. Dit werd gedaan om te voorkomen dat mensen konden zwartwerken en om te zorgen dat ze geen tijd hadden om klusjes te plannen in ruil voor geld.
Colijn en de gouden standaard
Minister-president Hendrik Colijn bleef tijdens de crisis vasthouden aan de gouden standaard. Dit is een systeem waarbij het geld van een land een bepaalde waarde heeft in goud. Je papiergeld is dan evenveel waard als een bepaalde hoeveelheid goud die bij de bank ligt.
Veel andere landen lieten de gouden standaard tijdens de crisis los, waardoor de crisis in die landen eerder voorbij was. Colijn hield er echter tot 1936 aan vast.

De aanpassingspolitiek en werkverschaffing
Colijn probeerde de crisis op andere manieren op te lossen. Hij voerde de aanpassingspolitiek in, wat betekende dat er streng bezuinigd moest worden. Niet alleen op ambtenaren, maar ook op de uitkeringen van werklozen. Het kleine beetje steun dat werklozen kregen, werd dus nog minder.
Om dit op te vangen, kwamen er werkverschaffingsprojecten. Dit waren grote projecten waarbij werklozen moesten komen helpen in ruil voor een iets grotere uitkering dan de reguliere steun. Werklozen werden hiervoor opgeroepen, en als je weigerde, kreeg je helemaal geen uitkering meer. Het was dus eigenlijk geen echte keuze.
Grote projecten die in deze tijd met behulp van werkverschaffing werden gebouwd, zijn onder andere:
•De Afsluitdijk
•De Bosbaan in Amsterdam
•Het Kralingse Bos in Rotterdam
Er zijn nog veel meer van dit soort voorbeelden.
De democratie onder druk
De crisis van de jaren dertig zorgde ervoor dat de democratie steeds meer onder druk kwam te staan. Als de democratie onder druk staat, gaan mensen vaak naar extremen grijpen, zowel aan de linker- als aan de rechterkant van het politieke spectrum.
Extremen in Nederland: NSB en CPN
In Nederland zagen we ook extremen opkomen:
•Aan de rechterkant: de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Deze partij werd later tijdens de Tweede Wereldoorlog belangrijk. De NSB was gevormd naar het voorbeeld van Italiaanse fascistische partijen en de Duitse NSDAP van Adolf Hitler. Ze hadden een sterke leider in Anton Mussert, die zich ook 'leider' noemde.
•Aan de linkerkant: de Communistische Partij Nederland (CPN), die opereerde vanuit het communistische ideaal van gelijkheid.
In tegenstelling tot in Italië, nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie bleven beide partijen in Nederland echter ontzettend klein.














